Naar hoofdinhoud
1.. Voor een huurwoning bestaat de mogelijkheid bijzondere bijstand in de vorm van een tijdelijke woonkostentoeslag aan te vragen. Deze kan worden toegekend als wegens te hoge huur geen recht bestaat op een huurtoeslag. Voor het vaststellen van de woonkostentoeslag wordt aangesloten bij de systematiek van de Wet op de huurtoeslag. 2.. Onder huur wordt verstaan de rekenhuur zoals deze wordt gehanteerd in de Wet op de huurtoeslag (art 5, eerste en derde lid van de Wet op de huurtoeslag). 3.. Het college kan bij het verstrekken van een woonkostentoeslag voor een huurwoning de verplichting op leggen te zoeken naar een woning met een huurprijs die recht geeft op een huurtoeslag. 4.. Voor een periode van drie maanden kan een toeslag worden verstrekt ter overbrugging mits de betrokkene zich heeft ingeschreven als woningzoekende met voorrangsverklaring. De woonkostentoeslag wordt aangevuld met het volledige bedrag aan huur boven de huurgrens. De periode van drie maanden kan verlengd worden indien betrokkene aantoonbaar inspanningen verricht een woning te krijgen die wel recht geeft op een huurtoeslag. 5.. De verplichting tot verhuizen wordt niet opgelegd aan: betrokkenen boven de 65 jaar; betrokkenen voor wie de woning is aangepast aan handicap of gebrek; zelfstandigen die gedurende een korte periode een beroep doen op het Bijstandsbesluit zelfstandigen; gezinnen die bestaan uit 8 of meer personen, die een grote woning behoeven. 6.. Indien de aanvrager nalatig is geweest in het benutten van de mogelijkheden van een huurtoeslag wordt geen woonkostentoeslag verstrekt. De aanvraag voor een woonkostentoeslag wordt afgewezen vanwege een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel