**1..** Ook bewoners van een koopwoning kunnen in aanmerking komen voor een woonkostentoeslag. Voor het vaststellen van de hoogte van de woonkostentoeslag wordt aangesloten bij de systematiek van de Wet op de huurtoeslag.
**2..** Het hebben van vermogen, zoals bedoeld in art 34 van de Participatiewet is een belemmering voor het toekennen van bijstand. Indien dit vermogen vastligt in een eigen woning wordt eerst onderzocht of de vestiging van een krediethypotheek noodzakelijk is.
**3..** Bij de berekening van de woonkosten wordt in aanmerking genomen:
De rente van de eerste hypothecaire lening;
De rente van een tweede en volgende hypothecaire lening, voor zover deze betrekking hebben op het in stand houden van de woning;
De opstalverzekering;
De onderhoudskosten;
Het rioolrecht;
Het eigenaarsgedeelte van de Onroerende zaakbelasting;
Het eigenaarsgedeelte van de ingezeten omslag; - Het eigenaarsgedeelte van de waterschapslasten.
**4..** Indien er sprake is van een koopappartement, dan worden net als in de Wet op de huurtoeslag, de volgende kosten eveneens in aanmerking genomen:
Energiekosten voor lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties;
Kosten voor dienst- en gemeenschappelijke ruimten;
De maandelijkse kosten voor het schoonmaken van gemeenschappelijke ruimten;
De maandelijkse kosten van een huismeester.
Hoofdstuk 4
Artikel 17