Gemeenten zijn het bevoegd gezag voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen op of in de landbodem. Dit is sinds 1 juli 2008 geregeld in het Besluit bodemkwaliteit [literatuurlijst: Bron 1] en de Regeling Bodemkwaliteit [2]. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit moeten gemeenten tenminste een bodemfunctiekaart opstellen. Willen gemeenten het hergebruik van grond en baggerspecie doelmatig en weloverwogen regelen en stimuleren, dan zijn daarnaast een bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer onmisbaar.

Dankzij de overgangsregeling in het Besluit bodemkwaliteit waren de bodemkwaliteitskaart en bijbehorend Bodembeheerplan nog geldig tot 2013. Het is wenselijk om ook vanaf 2013 gebruik te kunnen maken van gebiedsspecifiek beleid in plaats van een beleid op generieke normen.

Een bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer geven een gemeente ruimte voor het toepassen van gebiedsspecifiek beleid. Daarnaast voorkomt het opstellen van een kaart met nota, dat elke partij grond of baggerspecie moet worden gekeurd en dat de ontvangende locatie moet worden onderzocht. Met het gebruik van de kaart en nota kan sneller worden gezien of grondverzet mogelijk is en wordt het grondverzet niet vertraagd door uit te voeren bodemonderzoek.

Een groot deel van de gemeenten in de regio Rijnmond heeft gekozen voor gebiedsspecifiek beleid met een bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer. Voor het opstellen van de nieuwe bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer is wederom samengewerkt tussen de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk. Aan de hand van deze bodemkwaliteitskaarten en de knelpunten die uit deze kaarten blijken is de nu voorliggende Nota Bodembeheer opgesteld. Deze nota vervangt het eerder opgestelde Bodembeheerplan [3].