De uitgangspunten voor de nieuwe Nota zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3. Het Besluit bodemkwaliteit kent drie belangrijke instrumenten: de bodemfunctiekaart, de bodemkwaliteitskaart en de toepassingskaart. Deze worden in hoofdstuk 4 toegelicht. Aan de hand van deze kaarten wordt de lezer in hoofdstuk 5 meegenomen naar de beslissing om gebiedsspecifiek beleid uit te werken. Vervolgens leidt dit (resp. in hoofdstukken 6 en 7) tot het gebiedsspecifieke kader voor het toepassen of hergebruiken van grond en baggerspecie.

Naast de hiervoor beschreven wettelijke taken als opgenomen in de geldende wet- en regelgeving gaat deze Nota ook in op de aspecten rond het melden van toepassingen van grond en baggerspecie en het toezicht hierop en de handhaving hiervan (hoofdstuk 8). In hoofdstuk 9 wordt het toetsingskader voor bodem in ruimtelijke plannen nader toegelicht. In hoofdstuk 10 worden de kaders geschetst voor saneringen waar de gemeenten zelf bevoegd gezag zijn en specifiek voor asbest in hoofdstuk 11. Hoofdstuk 12 behandelt hoe we als gemeenten omgaan met ons gegevensbeheer. Hoofdstuk 13 beschrijft hoe met de Nota Bodembeheer invulling wordt gegeven aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de beide gemeenten. Hoofdstuk 14 gaat over de communicatie rond de Nota Bodembeheer.