Milieuhygiënische verklaring

Als bewijsmiddel voor de kwaliteit van grond en baggerspecie worden binnen het Besluit bodemkwaliteit vijf typen milieuhygiënische verklaringen onderscheiden te weten:

  • - een partijkeuring (BRL 1000, SIKB 1001);
  • - een erkende kwaliteitsverklaring;
  • - een fabrikant-eigenverklaring;
  • - een (water)bodemonderzoek, waarbij gebruik is gemaakt van de in het Besluit bodemkwaliteit genoemde erkende strategieën;
  • - een (water)bodemkwaliteitskaart.

Een verdere toelichting op deze verklaringen is te vinden in het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling [1 en 2].

Bodemkwaliteitskaart Barendrecht / Ridderkerk als bewijsmiddel

Zoals hierboven aangegeven kan de bodemkwaliteitskaart een erkend bewijsmiddel zijn. Dit kan als wordt voldaan aan de volgende - in het Besluit bodemkwaliteit gedefinieerde - voorwaarden:

  • - De bodemkwaliteitskaart moet zijn opgesteld conform de richtlijn bodemkwaliteitskaarten;
  • - Het moet aantoonbaar zijn dat de grond die wordt toegepast, afkomstig is uit een bodemkwaliteitszone van het beheergebied Barendrecht / Ridderkerk;
  • - Op de locatie mogen geen bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Er moet sprake zijn van een onverdachte locatie;
  • - Als de partij ook is voorzien van een ander geldig bewijsmiddel (partijkeuring of erkende kwaliteitsverklaring) dan geldt het andere bewijsmiddel als milieuhygiënische verklaring, omdat deze een directere uitspraak doet over de kwaliteit van de betreffende partij grond of baggerspecie.
  • - Aan de eerste voorwaarde is voldaan met het opstellen van de bodemkwaliteitskaart.
  • - Of aan voorwaarde 2 wordt voldaan, is afhankelijk van de specifieke situatie.
  • - Om aan voorwaarde 3 te voldoen dient een vooronderzoek (conform NEN 5725) te worden uitgevoerd. Dit onderzoek dient te voorkomen dat grond afkomstig van verdachte locaties zonder onderzoek elders wordt toegepast. Indien uit het vooronderzoek volgt dat sprake is van een verdachte locatie, dan dient minimaal een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) uitgevoerd te worden.
  • - Voorwaarde 4 spreekt voor zich.

Verkennend onderzoek (NEN 5740) in relatie tot de bodemkwaliteitskaart

Een NEN 5740-onderzoek geldt niet als een afzonderlijk bewijsmiddel voor de milieuhygiënische bodemkwaliteit van toe te passen grond. Dit type onderzoek wordt gebruikt om te zien of er redenen zijn om aan te nemen dat er sprake is van een afwijkende bodemkwaliteit (bijvoorbeeld wanneer blijkt dat er sprake is van een puntbron). Het komt voor dat op verdachte locaties lichte verontreinigingen worden aangetroffen, waarvan de gehalten binnen de spreiding ligt die normaal voorkomen in de betreffende bodemkwaliteitszones.

Het zou een onnodig zware belasting zijn om voor al deze locaties, na het uitvoeren van een bodemonderzoek, een aanvullende partijkeuring te eisen bij hergebruik van grond. In verband hiermee staan de gemeenten vanuit dit type locaties grondverzet toe op basis van de bodemkwaliteitskaart, mits de maximaal op de locatie gemeten gehalten onder de 95-percentielwaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone liggen. De 95-percentielwaarde wordt aangeduid als de lokale achtergrondwaarde.

Grond die hieraan voldoet heeft een gebiedseigen bodemkwaliteit en kan dus zonder aanvullende partijkeuring worden verzet. Het bodemonderzoek wordt hierbij als aanvullend bewijsmiddel op de bodemkwaliteitskaart gebruikt.