Nuttige toepassing
Partijen grond en baggerspecie mogen binnen de kaders van het Besluit bodemkwaliteit alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden op grond van de
Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. Nuttig toepassen betekent ook dat niet meer materiaal mag worden toegepast dan nuttig en functioneel is. Artikel 35 in het Besluit Bodemkwaliteit [1] beschrijft wanneer een toepassing nuttig is.
Toepassing van grond in een grootschalige bodemtoepassing (GBT)
De ontgravingskaart van de Bodemkwaliteitskaart is wettig bewijsmiddel voor de vrijkomende grond van onverdachte locaties en daarmee ook voor de toepassing van grond in grootschalige bodemtoepassingen (b.v. wegen, dijken, geluidswallen, verontdiepen oppervlaktewater). Er moet wel voldaan worden aan de overige eisen voor een grootschalige toepassing, zoals de emissietoets, het volumecriterium, de toepassingshoogte etc.
Een GBT moet worden afgedekt met een leeflaag van ten minste 0,5 meter dikte. Deze leeflaag moet geschikt zijn voor de functie ter plaatse en passen bij de daadwerkelijke kwaliteit van de omliggende bodem. Dit betekent dat voor de leeflaag dezelfde functie-eis van toepassing is als in de toepassingskaart is aangegeven. Ook kan bij de aanvulling van de leeflaag de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als bewijsmiddel voor de aanvulgrond.