Uitgezonderde gebieden

Bij toepassing van grond ter plaatse van uitgezonderde gebieden (gearceerde zones op de kaart) moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht. In eerste instantie wordt op basis van de bodemfunctiekaart en de in het bodemonderzoek vastgestelde bodemkwaliteit de toepassingseis bepaald. Vervolgens wordt bepaald of de aan te brengen grond voldoet aan de toepassingseis.

De in de Bodemkwaliteitskaart uitgezonderde gebieden zijn:

  • - rijkswegen (A15, A16, A29 en A38), inclusief wegbermen;
  • - wegen in beheer bij het waterschap Hollandse Delta, inclusief wegbermen;
  • - spoorbermen;
  • - oeverzone / ophooglaag langs Oude Maas in Barendrecht;
  • - oeverzones langs rivieren Nieuwe Maas en Noord in Ridderkerk;
  • - de waterbodems.

De uitgezonderde gebieden zijn gearceerd op de ontgravings- en toepassingskaarten.

Voor weg- (A15, A16, A29 en A38 incl. op- en afritten) en spoorbermen die niet zijn gelegen binnen de woonzones in het beheergebied geldt een ontheffing van de kwaliteitstoets van de ontvangende bodem. Deze wegbermen vallen per definitie in een zone met gebruiksfunctie Industrie. Wegbermen zijn in algemeenheid heterogeen verontreinigd als gevolg van verkeersactiviteiten (o.a. olielekkages, depositie als gevolg van uitlaatgassen, gladheidbestrijding) en onderhoud (o.a. teerhoudende kleeflagen).

De definitie van wegbermen in deze nota is dat zij een strook betreffen van maximaal 10 meter aan beide zijden van de weg (asfaltrand), tenzij de berm langs de weg eerder wordt afgesneden door een sloot dan wel de grens van het desbetreffend perceel. Voor wegbermen langs dijkwegen geldt het voorgaande beleid voor een strook van 2 meter buiten het wegvak aan beide zijden. De wegbermen worden beschouwd als één zone. Dit beleid is alleen van kracht voor bestaande wegbermen. Wegbermen ter plaatse van nieuw aangelegde wegen zijn hiervan uitgesloten. Binnen de wegbermen mag, onder een aantal voorwaarden, grond en baggerspecie worden toegepast met een maximale kwaliteitsklasse industrie. Deze voorwaarden zijn:

  • - Wanneer de toepassingslocatie van de wegbermgrond binnen een straal van 100 meter van de ontgravingslocatie en binnen de wegberm ligt is het doen van bodemonderzoek niet noodzakelijk.
  • - Wanneer de toepassingslocatie verder dan 100 meter van de ontgravingslocatie ligt dan dient de kwaliteit van de ontgraven wegbermgrond geverifieerd te worden met een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740, strategie homogeen verdacht). Indien blijkt dat de kwaliteit van de grond maximaal binnen de kwaliteitsklasse Industrie valt, dan mag deze grond ook elders binnen de wegbermen worden toegepast. Indien de kwaliteit de kwaliteitsklasse Industrie overschrijdt, dan dient voor de grond een andere bestemming gevonden te worden. Indien de interventiewaarde wordt overschreden dient (in het kader van de Wet bodembescherming) een saneringsplan te worden opgesteld.
  • - Ook voor grond of baggerspecie afkomstig van elders geldt dat tot maximaal de kwaliteitsklasse Industrie binnen de bermen mag worden toegepast.

Puntbronnen

Binnen het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart zijn een groot aantal locaties aanwezig, waar sprake is (geweest) van een lokale bron van bodemverontreiniging. In deze gevallen kan de kwaliteit van de bodem afwijken van de algemene diffuse bodemkwaliteit. Er kan sprake zijn van een verdachte locatie, een locatie met een geval van ernstige bodemverontreiniging of een gesaneerde locatie.

Voorbeelden van puntbronnen zijn:

  • - lokale ophogingen of dempingen;
  • - olietanks;
  • - locaties waar een bedrijf gevestigd is (geweest), waarbij mogelijk bodemverontreiniging is ontstaan;
  • - locaties waarbij bodemvreemd materiaal of andere zintuiglijke afwijkingen worden aangetroffen die duiden op een plaatselijke bodemverontreiniging (koolas, sintels, asbest etc.).

Vanwege het grote aantal locaties, de relatief kleine schaal en het dynamische karakter van dit type locaties zijn deze niet aangegeven op de bodemkwaliteitskaart. Deze zijn wel te traceren via de internetsite van de DCMR Milieudienst Rijnmond (http://dcmr.gisinternet.nl/).

Bij grondverzet vanuit of naar verdachte locaties moet onderzoek worden uitgevoerd of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Grondverzet van of naar een geval van ernstige bodemverontreiniging is alleen mogelijk op basis van een saneringsplan of BUS-melding. Bij gesaneerde locaties moet rekening worden gehouden met eventuele restverontreinigingen en/of in stand houden van de leeflaag. Voor de ontgravingskwaliteit van dergelijke locaties is de ontgravingskaart niet van toepassing, tenzij blijkt dat de met het bodemonderzoek vastgestelde kwaliteit gebiedseigen is. Voor toepassen van hergebruiksgrond afkomstig van buiten de locatie geldt dezelfde toepassingseis als aangegeven op de toepassingskaarten (bijlagen 3a en 3b). Hiermee zijn de eisen voor toepassing van grond binnen en buiten Wbb locaties gelijk getrokken.

Vrijstelling voor particulieren en agrariërs

Particulieren en agrariërs zijn vrijgesteld van de volgende verplichtingen:

  • - de onderzoeksplicht naar de kwaliteit van kleinschalige hoeveelheden toe te passen grond/baggerspecie en toets ontvangende bodem;
  • - de meldingsplicht voor het toepassen van grond en baggerspecie.

Voor agrariërs geldt de vrijstelling voor de onderzoeks- en meldingsplicht alleen indien de grond/baggerspecie afkomstig is van een tot datzelfde landbouwbedrijf behorende perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld. Voor particulieren geldt dat het op niet-bedrijfsmatige hoeveelheden betrekking heeft.

De zorgplicht blijft wel van kracht. Bovengenoemde vrijstelling ontslaat particulieren en agrariërs niet van de plicht om te voldoen aan de kwaliteitseisen uit het Besluit bodemkwaliteit. Indien er vermoedens bestaan dat de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie niet voldoet aan de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit, dan kan het bevoegd gezag handhavend optreden.

Beschermingsgebieden

Grondwaterbeschermings- en grondwaterwingebieden behoren tot de bijzondere beschermingsgebieden zoals opgenomen in de Provinciale Milieu Verordening (PMV) [7]. In de PMV van de provincie Zuid-Holland is beschreven hoe omgegaan moet worden met het toepassen van grond in grondwaterbeschermingsgebieden. In deze gebieden geldt een strenger beleid ten aanzien van grondverzet en zijn regels gesteld voor de activiteiten in deze zones die de kwaliteit van het grondwater kunnen bedreigen. Op de website van de provincie Zuid-Holland (www.pzh.nl) zijn de grondwaterbeschermings- en grondwaterwingebieden binnen de gemeente Ridderkerk weergegeven. In gemeente Barendrecht ligt geen waterwingebied.

Andere beschermingsgebieden waar maatwerk geldt voor grondverzet kunnen zijn: de provinciale hoofdstructuur gebieden (PEHS), aardkundig waardevolle gebieden en archeologisch waardevolle gebieden.