Met dit ruimtelijk detailhandelsbeleid geeft de gemeente duidelijkheid aan marktpartijen over waar investeringen wel en niet zijn gewenst.
Vertaling naar bestemmingsplan/omgevingsplan
Om succesvol ruimtelijk detailhandelsbeleid te kunnen voeren, is het van belang dat de visie wordt vertaald in bestemmings-/omgevingsplannen. Dit gebeurt in principe bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan of bij het opstellen van het nieuwe omgevingsplan (na vaststelling van de omgevingswet).
Het bestemmingsplan (omgevingsplan) is het meest krachtige instrument dat de gemeente tot haar beschikking heeft om ruimtelijk beleid te voeren. Hierin wordt door middel van bestemmingen en voorschriften structureel bepaald waar wel en waar geen detailhandel is toegestaan. In het bestemmings- (of omgevings)plan kan de gemeente gebieden aanwijzen waar detailhandel mag plaatsvinden. Hoofdstuk 3 geeft daar handvatten voor. Buiten deze gebieden wordt geen (uitbreiding van) detailhandel toegestaan.
Van detailhandelsbeleid naar leegstandsaanpak
Dit detailhandelsbeleid is een toetsingskader voor nieuwe winkelinitiatieven: waar zijn welke nieuwe ontwikkelingen wel en niet gewenst? Op die manier geeft de gemeente ‘passief’ ook aan waar transformatie van winkelpanden wenselijk is.
De gemeente West Betuwe wil naast dit beleid aanvullende acties ondernemen om de (huidige en toekomstige) leegstands- en verloederingsproblematiek actiever tegen te gaan. De keuzes in dit rapport zijn daar een belangrijke kapstok voor: waar detailhandel niet gewenst is kan de gemeente instrumenten inzetten om detailhandelsactiviteiten en/of bestemmingsplanmatige detailhandelsmogelijkheden terug te dringen. Vestigingsmogelijkheden buiten de gewenste winkelstructuur worden zo op termijn ingeperkt. Op hoofdlijnen zijn er twee strategieën; ‘de wortel’ en ‘de stok’.
Motivatie (de wortel)
Winkeliers motiveren om te verplaatsen naar een locatie binnen de gewenste structuur.
Eigenaren motiveren om winkelvastgoed op te waarderen en/of te transformeren naar andere, wenselijke, functies. Gezien de krappe woningmarkt is het actief meewer-ken aan een woonbestemming vaak al een belangrijke stap richting transformatie.
Manieren om actief op deze strategie in te zetten zijn bijvoorbeeld een verplaatsings-/transformatiecoach of -fonds. Provincie Gelderland ziet de problematiek en zet in op de transformatie en herontwikkeling van panden (binnen en buiten centra) met haar programma ‘Steengoed Benutten’ (subsidieregelingen).
Planologisch-juridisch (de stok)
Naast het verleiden van partijen om een wenselijke ontwikkeling te gaan uitvoeren kan een gemeente ook vanuit het planologische kader sturen:
Saneringsbeleid opstellen dat inzet op het in kaart brengen van ongewenste detailhandelsmogelijkheden en het saneren daarvan wanneer deze langdurig in onbruik zijn. Deze strategie is er een van de lange adem12 O.a. in verband met planschade., maar zo kunnen wel grote risico’s worden ondervangen (zoals ongewenste supermarktontwikkelingen in oude autogarages, etc.).
Handhaven op illegale vormen van detailhandel (activiteiten die niet binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan vallen).
Een leegstandsverordening als ‘laatste redmiddel’ om eigenaren in actie te krijgen. In de praktijk zijn er nog weinig succesvolle toepassingen van deze verordening geweest.
Bij het kiezen voor een strategie zijn er verschillende aandachtspunten die meewegen in de keuze en de kans van slagen:
De ruimtelijke afbakening van de strategie: zo ligt waarschijnlijk de meest concrete transformatieopgave in Geldermalsen-Centrum, maar is het ‘opruimen’ van ongewenste plancapaciteit iets dat voor de hele gemeente waardevol kan zijn (kwetsbare voorzieningenstructuur kleine kernen).
Beschikbare kansrijke en wenselijke invulling: bijvoorbeeld het woonprogramma of ander ‘beschikbaar’ programma (bijv. maatschappelijke functies, zorg, etc.).
De verhouding kosten/verwacht resultaat van de strategie.
Handhaving en melding
De gemeente West Betuwe is een uitgestrekt landelijk gebied. De ambtelijke organisatie kan praktisch gezien niet alle activiteiten in dit gebied op detailniveau monitoren. De gemeente is mede afhankelijk van ondernemers en bewoners om activiteiten die mogelijk tegen de beleids-/ juridische kaders ingaan schriftelijk te melden. De gemeente richt hiervoor een handzaam meldpunt in en verplicht zich om meldingen op te volgen en zo nodig te handhaven.
Actieve monitoring in dynamische tijd
Dit beleid is opgesteld tijdens de coronacrisis in een periode kort op de fusie van de gemeente. Naast alleen ‘harmonisatie’ (het ‘gladstrijken’ van verschillen in regels/termen) is er bij het opstellen van het beleid dan ook veel over toekomstige scenario’s gesproken. Niemand weet zeker wat er gaat gebeuren, maar het is helder dat de winkelsector een markt is waar niet zomaar meer alles kan. Het maken van scherpe keuzes is in deze periode dan ook nodig, om zo duidelijkheid en investeringsperspectief te bieden. Om echter ook recht te doen aan de dynamiek die we de komende jaren kunnen verwachten wil de gemeente samen met lokaal betrokkenen de uitvoerbaarheid van dit beleid gaan monitoren:
gezamenlijke, minimaal jaarlijkse monitoring met lokale betrokkenen: onder andere het bespreken van actuele ontwikkelingen, verslaglegging van handhaving, vergunningverlening, uitspreken lokale wensen/zorgen, etc.
Op deze manier kan er tijdig met college en raad worden gesproken over het bijsturen van beleid wanneer dit wenselijk lijkt (bijv. bepaalde ambities behaald of niet).
Artikel 4.1
Uitvoering
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent de ontwikkeling van de detailhandel