**1..** Een vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a en d van de wet wordt in ieder geval geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende woning,
de onder a en b genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gewaarborgd door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning.
**2..** Een vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c van de wet wordt, naast het bepaalde in het eerste lid, in ieder geval ook geweigerd indien:
het verlenen van de vergunning zou leiden tot de situatie dat meer dan 5% van de panden in een straat bestaat uit onzelfstandige woonruimtes;
woningen met onzelfstandige woonruimten dienen in alle richtingen, horizontaal, verticaal en diagonaal minimaal te worden gescheiden door ten minste twee woningen of panden die niet zijn omgezet in onzelfstandige woonruimten, dan wel door een onbebouwde tussenruimte van minimaal 10 meter.
**3..** Een vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d van de wet wordt, naast het bepaalde in het eerste lid, in ieder geval ook geweigerd indien ten minste één van de te realiseren zelfstandige woonruimtes een gebruiksoppervlakte heeft kleiner dan 24 m2.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen, afwijken van het bepaalde in het tweede lid onder a, indien:
de aanvraag voor een onttrekkingsvergunning is bedoeld voor het huisvesten van kwetsbare groepen, of
de aanvraag betrekking heeft op het realiseren van onzelfstandige woonruimtes boven een winkelpand, kantoorpand of praktijkruimte in de Kempenaerstraat, de Geverstraat of de Terweeweg (vanaf de Kempenaerstraat tot aan de Duivenvoordestraat).
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1.
Artikel 5.