3.2.1 Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
Een voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s moet worden gevormd voor:
verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar wel redelijk ingeschat kan worden. Hierbij kan worden gedacht aan juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter.
lasten voortvloeiende uit op balansdatum bestaande risico’s, waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. Een voorbeeld hiervan zijn verwachte verliezen op grondexploitaties.
De voorziening moet de omvang hebben van de desbetreffende verplichting of het geschatte risico. Indien er een kans is dat een risico zich zal voordoen en/of de omvang van het risico is niet goed in te schatten, dan hoeft geen voorziening te worden gevormd Wel moet het risico worden meegenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing (W&R) bij de meerjarenbegroting en jaarstukken. Is het bedrag wel in te schatten en is de kans waarschijnlijk (meer dan 90%), dan dient een voorziening te worden gevormd. Op het moment dat het risico onafwendbaar wordt, dient deze in de exploitatie te worden verantwoord en valt de eventueel gevormde voorziening vrij. Schematisch ziet dit er als volgt uit:
3.2.2 Voorzieningen ter egalisatie van kosten
Onderhoudsvoorzieningen worden gevormd voor groot onderhoud indien binnen de meerjarencyclus de schommelingen op de jaarlijkse onderhoudsbudgetten meer bedragen dan € 50.000. De onderhoudsvoorzieningen worden gevormd ter dekking van de werkelijke onderhoudskosten (beheerplannen). De onderhoudsvoorzieningen zijn gebaseerd op actuele onderhoudsplannen die voor 10 jaar zijn berekend. Elke 4 jaar worden deze plannen geactualiseerd en aan de raad voorgelegd.
3.2.3 Voorzieningen voor de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen
Door middel van dit type voorziening kan worden gespaard voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Het gaat daarbij om bedragen, die op basis van geraamde investeringen in het rioolbeheerplan, worden doorberekend in het tarief van de rioolheffing. Ook bij de afvalstoffenheffing is een dergelijke voorziening mogelijk. In Nieuwegein worden de kapitaallasten van de investeringen in het tarief verwerkt. Er wordt dan ook geen gebruik gemaakt van dit type voorziening.
3.2.4 Voorzieningen voor ontvangen middelen van derden
Voor ontvangen middelen van derden, die specifiek besteed moeten worden en niet binnen een boekjaar worden uitgegeven moet een voorziening worden gevormd. In de Nieuwegeinse situatie gaat het daarbij met name om de van de burgers ontvangen bedragen aan riool- en afvalstoffenheffing, waar geen kosten tegenover hebben gestaan. Voor deze onderdelen wordt een voorziening gevormd, zodat deze bedragen in de toekomst weer ten gunste van de burgers komen in de betreffende heffingen.
Voor voorschotbedragen met een specifiek doel, die van Nederlandse en Europese overheidslichamen worden ontvangen, worden geen voorziening gevormd. Deze bedragen dienen als vooruit ontvangen middelen op de balans te worden verantwoord. Een deel van deze voorschotten wordt verantwoord in de SISA-bijlage bij de jaarrekening.
3.2.5 Geen rentetoerekening aan voorzieningen
Rentetoevoeging aan voorzieningen is, behoudens voor voorzieningen tegen contante waarde, niet toegestaan (artikel 45 BBV).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2