In de begroting wordt jaarlijks een overzicht gegeven van alle reserves.
Daarin worden tenminste vermeld:
Het besluit waarbij de reserve of voorziening is ingesteld
De verantwoordelijke portefeuillehouder
Het programma waarin de reserve of voorziening verantwoord wordt
Het doel waarvoor de reserve of voorziening is ingesteld
De voeding van de reserve of voorziening
De eventueel vastgestelde minimale en/of maximale omvang bij een reserve
De onderbouwing van de benodigde omvang bij een voorziening
De looptijd bij een reserve
De stortingen in en onttrekkingen aan de reserves worden als beslispunt opgenomen in het raadsbesluit bij de begroting. Als daarbij wijzigingen in het doel en/of de looptijd van een reserve worden voorgesteld, worden deze expliciet in het besluit benoemd. Dat geldt ook voor de vorming van nieuwe reserves.
Conform de systematiek met betrekking tot voorzieningen worden de stortingen daarin verwerkt in de exploitatie. Deze worden tegelijk met het vaststellen van de programmabegroting als onderdeel van de betreffende programma’s vastgesteld. Aanwending van voorzieningen vindt rechtstreeks plaats ten laste van de voorziening en wordt verantwoord op de balans. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen worden de voorgenomen dotaties en onttrekkingen met behulp van de onderliggende beheerplannen toegelicht en inzichtelijk gemaakt. In de jaarrekening worden in diezelfde paragraaf de afwijkingen vervolgens verantwoord.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1