Net als in de doelen hierboven staat vanuit de Wmo het perspectief op zelfstandigheid centraal:
“De inwoner leidt een zelfstandig, gelukkig en fijn leven vanuit het perspectief en de definitie van de inwoner zelf. Dit gaat over alle levensdomeinen heen”. Het gaat vooral over de keuze die de inwoner zelf heeft om daar invulling aan te geven.
In het sociaal domein werken we idealiter alleen samen met partijen die zich kunnen vinden in onze visie en daar ook naar handelen. Dit leidt tot de volgende drie basisbegrippen die centraal staan bij de aanpak:
Normaliseren;
Voorkomen;
Samenwerken/innoveren.
Normaliseren
Het gaat hierbij om het uitgangspunt en de houding dat problemen en kwetsbaarheid bij ontwikkelen en functioneren in de maatschappij onderdeel zijn van het dagelijks leven. Hierbij dient onnodig etiketteren en problematiseren te worden tegengegaan. Hulp moet in eerste instantie gericht zijn op het versterken van de eigen kracht en het activeren en benutten en zo nodig versterken van het eigen netwerk/de sociale omgeving. Het perspectief van de inwoner en het denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen staat hierbij centraal.
Dat kwetsbaarheden bij het leven horen, betekent ook dat (zeer) complexe problematiek rondom ontwikkelen en functioneren in de maatschappij daarbij hoort. Normaliseren betekent in dat geval ook dat inzet van gespecialiseerde zorg soms hoort bij een fase van kwetsbaarheid.
Normaliseren gaat dan ook om het voorkomen dat lichte hulpvragen een te zwaar hulpaanbod ontvangen en zwaardere of complexere vragen niet de juiste hulp, te laat hulp of geen hulp ontvangen.
Voorkomen
Eén van de uitgangspunten van de Wmo is dat preventie en signalering van problemen helpt bij het voorkomen van problemen als gevolg van te laat ingrijpen. Om die reden vragen wij de partners nadrukkelijk aandacht te besteden aan preventie, bijvoorbeeld door per kern te zorgen voor (versterking van) een sociaal netwerk, ontmoetingsplekken, laagdrempelige advies- en informatievoorziening en dergelijke. Tegelijkertijd betekent dit niet dat preventie grenzeloos moet zijn en dat alle risico’s moeten worden beheerst. Voorkomen moet worden dat generieke preventie wordt ingezet voor inwoners waarbij dat niet nodig is. Ook hier is het van belang dat er een goede balans gevonden wordt tussen voorkomen, genezen en verantwoord niets doen.
Samenwerken/innoveren
Lichte ambulante Wmo zorg wordt (deels) aangeboden binnen het voorliggende veld. In de komende jaren werken wij aan een nieuwe domeinoverstijgende manier van werken waar de toegang tot gespecialiseerde ondersteuning een onderdeel van zal zijn. Belangrijke onderdelen van deze manier van werken is dat we de knip tussen indicatie en (lichte) hulpverlening willen weghalen en dat we ons richten op gezondheid en gedrag (reablement/herstelvermogen). Voor zwaardere of meer specialistische vormen van hulp zal gebruik gemaakt moeten worden van de specialisatie van de te selecteren partners in deze subsidietender.
Momenteel heeft de gemeente voor dergelijke “geïndiceerde hulp” meer dan honderd verschillende aanbieders gecontracteerd via een open housemodel. Alle aanbieders die voldoen aan vooraf bepaalde kwaliteitscriteria, komen in aanmerking voor een raamcontract. Het grote aantal gecontracteerde partijen belemmert de effectiviteit van zorg. Onzekerheid bij en concurrentie tussen aanbieders leidt tot korte termijn handelen, waarbij overleven en het maximaliseren van de te verlenen zorg (en daarmee de inkomsten) voor aanbieders een belangrijke rol lijkt te spelen. Samenwerken, afschalen van zorg en innoveren verdwijnen hierbij naar de achtergrond. Dit komt de kwaliteit van zorg voor de inwoners niet ten goede en leidt tot onnodig hoge kosten.
Van belang is dat er wordt gezorgd voor goede samenwerking en aansluiting op de nieuwe domeinoverstijgende manier van werken en het voorliggende veld die de lichte hulpverlening uitvoeren, en de specialistische aanbieders. Hierbij is het de wens dat geen formele indicatiestellingen meer nodig zijn voor de inzet van (een deel van de) gespecialiseerde Wmo zorg. De rol van de gemeente hierbij zal verschuiven naar meer faciliterend en ondersteunend, zonder daarbij de rol als eindverantwoordelijke partner uit het oog te verliezen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.2.1
Basisbegrippen
Onderdeel van Selectieleidraad subsidietender ‘Wmo-hulp in de buurt’