Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Wijziging, herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Tytsjerksteradiel houdende regels omtrent leerlingenvervoer (Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer Tytsjerksteradiel)

1.. De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking opnemen dat mutaties direct worden doorgegeven aan de vervoerscentrale van de uitvoerder van het leerlingenvervoer. 2.. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3.. Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en burgemeester en wethouders een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Burgemeester en wethouders delen het besluit schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in deze verordening wijzigen, herzien, opschorten of intrekken, als burgemeester en wethouders vaststellen dat: niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer. 5.. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders. 6.. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel