Naar hoofdinhoud
1.. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2.. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan vier kilometer; of speciaal onderwijs meer bedraagt dan vier kilometer. 3.. In aanvulling op het bepaalde in artikel 7, eerste lid is vervoer van en naar een tweede adres mogelijk als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de leerling verblijft op vaste dagen op dit adres; en het adres van de woning en het tweede adres zijn in te plannen in één vaste route; het adres bevindt zich binnen een straal van 10 kilometer van de woning; en het tweede adres is een adres van een erkende organisatie voor kinderopvang, gastouder of - een familielid of een ander door de aanvrager opgegeven geschikt opvangadres; en betreft geen adres voor een vorm van therapie, dagbehandeling, dagbesteding of sportvoorziening. 4.. Voor ouders die werk hebben met een flexibel rooster is, bij hoge uitzondering en in plaats van het bepaalde in artikel 7, derde lid, ook vervoer van en naar een tweede adres, zonder dat er sprake is van verblijf op vaste dagen op dit adres, mogelijk als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: het adres bevindt zich binnen een straal van 5 kilometer van de woning; en het adres van de woning en het tweede adres zijn in te plannen in één vaste route; en het tweede adres is een adres van een erkende organisatie voor kinderopvang, gastouder of - een familielid of een ander door de aanvrager opgegeven geschikt opvangadres; en betreft geen adres voor een vorm van therapie, dagbehandeling, dagbesteding of sportvoorziening. 5.. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 6.. Als de ouders vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling; aan burgemeester en wethouders is door de ouders genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en in het OOGO zijn afspraken gemaakt over de deskundige en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 4, derde lid, aanhef en onder b. 7.. Als burgemeester en wethouders gebruik maken van het bepaalde in artikel 7, derde of vierde lid, dan nemen zij dit op in de beschikking tot toekenning of wijziging van de vervoersvoorziening én zij kunnen hierbij nadere voorwaarden stellen aan de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit vervoer. 8.. In afwijking van het tweede lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan burgemeester en wethouders genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel