Naar hoofdinhoud
Het college kan gelet op artikel 17 van de Woningwet een gebouw, open erf of terrein te sluiten als herhaaldelijke overtreding van artikel 1a of artikel 1b van de Woningwet naar het oordeel van het bevoegd gezag gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid. De termijn van sluiten verschilt tussen woningen en voor publiek openstaande gebouwen/niet voor publiek toegankelijke lokalen. De sluitingstermijn voor woningen is, in principe, gesteld op drie maanden en die van lokalen op zes maanden. Reden hiervoor is dat de betrokken belangen bij het sluiten van een woning zwaar wegen (grondrecht). Bij een overtreding in een voor publiek openstaand gebouw of niet voor het publiek toegankelijk lokaal spelen uiteraard ook belangen, maar die zijn over het algemeen financieel van aard. Het algemeen belang bij het sluiten van een voor publiek openstaand gebouw en niet voor het publiek toegankelijk lokaal weegt om die reden zwaarder. Bovendien speelt bij openstaande gebouwen en deze lokalen mee dat deze, over het algemeen, een meer publieke uitstraling hebben en vanuit hun aard meer bekendheid van hun pand hebben. Wel kan bij de duur van een sluiting in overweging worden genomen in hoeverre de eigenaar adequaat optreedt. Ook in het geval van excessen kan een langere termijn worden gehanteerd. Dit zal altijd gemotiveerd moeten worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel