Naar hoofdinhoud
In de Onteigeningswet is de mogelijkheid toegevoegd om als ultimum remedium tot onteigening over te gaan, als het in gebruik of beheer nemen van een pand niet helpt of mogelijk is. Als er ondanks de genomen maatregelen geen uitzicht is op duurzaam herstel van de openbare orde of leefbaarheid, dan is de gemeenteraad bevoegd om tot onteigening over te gaan op grond van artikel 77, eerste lid, sub 7 van de Onteigeningswet. Hierin is bepaald dat van een gebouw als bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van de Woningwet ten behoeve van de handhaving van de openbare orde rond dat gebouw of van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet in zodanig gebouw, indien de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van de Woningwet, geen uitzicht heeft geboden op een duurzaam herstel van de openbare orde rond dat gebouw welke is verstoord door gedragingen in het gebouw, onderscheidenlijk het duurzaam achterwege blijven van een overtreding van artikel 2 of 3 van de Opiumwet in dat gebouw, onteigening kan plaatsvinden. Verder is er in het Burgerlijk Wetboek een mogelijkheid gecreëerd voor een verhuurder om in geval van sluiting de huur op te zeggen. In artikel 7:231, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek is namelijk opgenomen dat de verhuurder de overeenkomst kan ontbinden op de grond dat door gedragingen in het gehuurde de openbare orde is verstoord en het gehuurde deswege op grond van artikel 174a van de Gemeentewet dan wel op grond van een verordening als bedoeld in artikel 174 van die wet is gesloten door gedragingen in zodanig gebouw waar in strijd met artikel 2 of 3 van de Opiumwet is gehandeld en het desbetreffende gebouw deswege op grond van artikel 13b van die wet is gesloten, of zodanig gebouw op grond van artikel 17 van de Woningwet is gesloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel