Het toevoegen van een functieaanduiding om een mest-/co-vergistingsinstallatie buiten het bouwvlak bij een agrarisch bedrijf te kunnen bouwen is mogelijk.
Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Door de bouw van de installatie aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. Hierbij wordt ook gekeken naar schaduwwerking op agrarische grond.
Het woon- en leefklimaat van gevoelige functies niet verslechterd.
De oppervlakte van de bouwwerken voor de installatie niet groter zijn dan 500 m2.
Als het bouwvlak ligt in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland.
De grond niet ligt in:
een grondwaterbeschermingsgebied
een veiligheidszone voor LPG
de vrijwaringszone van een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding of bovengrondse of ondergrondse hoogspanningsverbinding.
De installatie verwerkt dierlijke meststof en is een bedrijfseigen activiteit. De verwerking van de meststof kan op de volgende manieren:
categorie A: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt;
categorie B: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt of naar derden afgevoerd;
categorie C: verwerken aangevoerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt;
De installatie maximaal 35 ton dierlijke mest per dag kan verwerken.
Door de installatie geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving.
Op het agrarische bedrijf waar de installatie bij gebouwd wordt geen nevenactiviteiten aanwezig zijn, zoals opgenomen als nevenactiviteit in de Lijst van neven-hergebruiksactiviteiten (Bijlage A).
De installatie kan op basis van milieueisen.
De (bouw van de) installatie mag niet leiden tot een strijdigheid met de Wet natuurbescherming.
Er is aangetoond dat door de bouw van de installatie de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is.
Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de installatie.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1.