Bij een agrarisch bedrijf zijn nevenactiviteiten toegestaan die groter zijn dan wat met een afwijking in de beheersverordening toegelaten is. De toegelaten nevenactiviteiten zijn opgenomen in Bijlage A, voor zover ze in die lijst zijn aangemerkt als ‘nevenactiviteit’.
In het bestemmingsplan wordt de specifieke nevenactiviteit met een aanduiding vastgelegd.
Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Alleen bestaande gebouwen gebruikt worden.
Maximaal 50% van de oppervlakte van deze gebouwen gebruikt worden voor de nevenactiviteit, waarbij daarnaast een maximale oppervlakte geldt, zoals aangegeven in de tabel.
Maximale oppervlakte gebouwen in m2
Nevenactiviteit als vermeld in Bijlage A
Gebiedsaanduiding
Gelders natuurnetwerk
Groene ontwikkelingszone
Overige landelijk gebied
Verblijfsrecreatie
Dagrecreatie
Zorg
750
niet toegelaten
Opslag
Overige nevenactiviteiten
500
750
Als er een combinatie van nevenactiviteiten ontwikkeld wordt, dan mag de maximale oppervlakte niet meer zijn dan de laagste oppervlakte.
Dag- en verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten mogen ook in de openlucht plaats vinden. De hiervoor te gebruiken oppervlakte is maximaal 300 m2. Andere activiteiten mogen niet in de openlucht plaats vinden.
Als de nevenactiviteit ligt in de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland.
Op het erf of de omgeving van het bedrijf gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing. Dit inpassingsplan moet voldoen aan wat in Bijlage B, Bijlage C en Bijlage D staat.
Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan de eisen van bijlagen B, C en D. Dit kan bijvoorbeeld vanwege al aanwezige beplanting op en rond het terrein. Dit is ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap.
De nevenactiviteit(en) ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf. De agrarische bedrijfsfunctie moet bedrijfseconomisch, ruimtelijk en visueel het belangrijkst zijn.
Gebruikers en bezoekers van het agrarische bedrijf én de nevenactiviteit op het eigen terrein, binnen het bouwvlak, kunnen parkeren.
Als het agrarische bedrijf ligt binnen ‘Waarde-Natuur’ in de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’, dan mag de nevenactiviteit niet leiden tot verlaging van de grondwaterstand in de natte natuurgebieden waarvoor de ‘Waarde-Natuur’ aanwezig is.
Door de nevenactiviteit geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving en hierdoor niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken.
Door de nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt.
Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de geplande nevenactiviteit(en) die aanleiding zijn van de verandering.
Er is aangetoond dat door de nevenactiviteit de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.