Naar hoofdinhoud
Het veranderen van een bouwvlak van een agrarisch bedrijf is mogelijk. Daarbij zijn twee mogelijkheden: Alleen de vorm wordt aangepast. De oppervlakte van het bouwvlak blijft gelijk. Door de verandering van de vorm neemt de oppervlakte van het bouwvlak toe. Voor de eerste categorie moet aangetoond zijn dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: Het is nodig voor een goede bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf. Vaststaat dat de stikstofdepositie van het betreffende agrarische bedrijf niet toeneemt ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie van het betreffende agrarische bedrijf. Hierbij moet de bestaande stikstofdepositie bepaald worden op basis van de regels in de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’. Niet meer dan de helft van de grond die nu in het bouwvlak ligt na de herziening buiten het bouwvlak ligt. Alle aanwezige gebouwen binnen het huidige bouwvlak in het bouwvlak blijven liggen. Door de verandering van het bouwvlak aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. Het woon- en leefklimaat van gevoelige functies niet verslechterd. Op het erf of de omgeving van het bedrijf gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing. Dit inpassingsplan moet voldoen aan wat in Bijlage B, Bijlage C en Bijlage D staat. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan de eisen van bijlagen B, C en D. Dit kan bijvoorbeeld vanwege al aanwezige beplanting op en rond het terrein. Dit is ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap. Als het bouwvlak ligt in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. Er is aangetoond dat door de verandering van het bouwvlak de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de bouwplannen die aanleiding zijn van de verandering. De tweede categorie moet ook voldoen aan de voorwaarden die genoemd zijn bij de eerste categorie. Maar er moet ook voldaan worden aan een van de volgende voorwaarden: Het gaat om een bouwvlak in de hoofdfunctie ‘Agrarisch’: Het bouwvlak in totaal niet groter wordt dan 1,5 hectare, als het bestaande bouwvlak niet groter is dan 1,2 hectare. Is het bestaande bouwvlak al groter dan 1,2 hectare, dan mag het nieuwe bouwvlak maximaal 25% groter zijn. Het gaat om een bouwvlak in de hoofdfunctie ‘Agrarisch met waarden’: Het bouwvlak in totaal niet groter wordt dan 1,25 hectare, als het bestaande bouwvlak niet groter is dan 1 hectare. Is het bestaande bouwvlak al groter dan 1 hectare, dan mag het nieuwe bouwvlak maximaal 25% groter zijn. Bij uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven moet men ook voldoen aan de beleidsregel Plussenbeleid gemeente Doetinchem, zoals deze door de raad is vastgesteld op 29 mei 2019. Bij een vergroting van het bouwvlak zal door de gemeente advies worden ingewonnen bij een extern deskundig adviesbureau die de noodzaak voor het bedrijf toetst. De kosten voor dit advies brengt de gemeente in rekening bij de aanvrager.

Rechtspraak bij dit artikel