Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.8.

De (voormalige) agrarische bedrijfswoning voorzien van een aanduiding voor een plattelandswoning (3-8)

Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem houdende regels omtrent het landelijk gebied (Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021)

Het is mogelijk om een (voormalige) agrarische bedrijfswoning en het daarbij behorende deel van het erf binnen de hoofdfunctie Agrarisch of Agrarisch met waarden te voorzien van een aanduiding voor een plattelandswoning. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: De (voormalige) agrarische bedrijfswoning is niet meer als agrarische bedrijfswoning in gebruik en de noodzaak voor het agrarische bedrijf is ook niet meer aanwezig. Het bijbehorende agrarische bedrijf nog actief is als agrarisch bedrijf. Door de plattelandswoning de aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. Er is aangetoond dat door de plattelandswoning de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. Er is aangetoond dat voor de plattelandswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waarbij ook rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van het bijbehorende agrarische bedrijf. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de plattelandswoning. In de regels van het bestemmingsplan moet ervoor zorg gedragen worden dat het in de toekomst niet mogelijk wordt om een nieuwe agrarische bedrijfswoning te realiseren. Mocht op het bijbehorende agrarische bedrijf in de toekomst toch weer behoefte zijn aan de (tweede) agrarische bedrijfswoning, dan zal daarvoor de plattelandswoning in aanmerking moeten komen.

Rechtspraak bij dit artikel