Het is mogelijk om gronden in de hoofdfunctie
Agrarisch
Agrarisch met waarden
Bedrijf
Detailhandel
Dienstverlening
Horeca
Kantoor
Maatschappelijk
Recreatie
Sport
Wonen
te veranderen naar een van de volgende bestemmingen (hoofdfuncties)
Bedrijf
Cultuur en ontspanning
Detailhandel
Dienstverlening
Horeca
Kantoor
Maatschappelijk
Recreatie
Sport
Hierdoor kan een ander vorm van bedrijvigheid worden ontwikkeld. De toegelaten activiteiten vallen onder hergebruik. De activiteit moet opgenomen zijn in Bijlage A en aangemerkt zijn als ‘hergebruik’. Deze nieuwe vorm van bedrijvigheid wordt specifiek bestemd, waarbij de regels aansluiten op de regels in de beheersverordening van de hoofdfunctie.
Deze verandering kan voor de bestaande hoofdfunctie ‘Wonen’ alleen gebruikt worden als aangetoond is dat op de locatie sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf.
Deze verandering mag niet gebruikt worden ter plaatse van de hoofdfunctie ‘Bedrijf’ voor zover aangeduid met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - circusbedrijf’.
Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
De nieuwe activiteit doelmatig is, wat aangetoond moet worden met een bedrijfsplan.
De bestaande bedrijvigheid op de locatie vóór de vaststelling van het bestemmingsplan beëindigd is.
Maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen mogen voor de functieverandering worden gebruikt, waarbij daarnaast een maximale oppervlakte geldt, zoals aangegeven in de tabel.
Maximale oppervlakte in m2
Nevenactiviteit als vermeld in Bijlage A
Gebiedsaanduiding
Gelders natuurnetwerk
Groene ontwikkelingszone
Overige landelijk gebied
Verblijfsrecreatie
Dagrecreatie
Zorg
750
750
900
Opslag
Overige nevenactiviteiten
niet toegelaten
750
750
Als er een combinatie van nevenactiviteiten ontwikkeld wordt, dan mag de maximale oppervlakte niet meer zijn dan de laagste oppervlakte.
Dag- en verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten mogen ook in de openlucht plaats vinden. De hiervoor te gebruiken oppervlakte is maximaal 300 m2. Andere activiteiten mogen niet in de openlucht plaats vinden.
De gebouwen moeten aantoonbaar minimaal 3 jaar voor het (voormalige) bedrijf in gebruik zijn geweest.
De overige bebouwing moet worden gesloopt met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en) en 100 m2 bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning. Deze oppervlakte voor de bijbehorende bouwwerken maakt geen onderdeel uit van de rekensom om te bepalen of er sprake is van 50% reductie van de bedrijfsbebouwing, als bedoeld onder c.
Een monument, een gebouw aangeduid als ‘cultuurhistorische waarden’ of gebouwen met cultuurhistorische waarde binnen de aanduiding ‘cultuurhistorie’ mogen niet worden gesloopt en moeten onderdeel uitmaken van het plan voor hergebruik.
Van het onder c gestelde percentage kan worden afgeweken, als op de locatie sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing zoals aangegeven onder d en daardoor meer bebouwing behouden moet worden.
Als op de locatie nieuwbouw plaats vindt, dan is de maximale goot- en bouwhoogte gelijk aan de hoogste bestaande goot- en bouwhoogte van de aanwezige bedrijfsgebouwen.
Op het erf of de omgeving van de locatie gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing. Dit inpassingsplan moet voldoen aan wat in Bijlage B, Bijlage C en Bijlage D staat.
Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan de eisen van bijlagen B, C en D. Dit kan bijvoorbeeld vanwege al aanwezige beplanting op en rond het terrein. Dit is ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap.
Als de locatie ligt in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland.
Gebruikers en bezoekers van het bedrijf op het eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak, kunnen parkeren.
Door het nieuwe bedrijf aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt.
Het woon- en leefklimaat van gevoelige functies niet verslechterd.
Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de vestiging van het bedrijf.
Er is aangetoond dat door de vestiging van het bedrijf de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is.
De nieuwe functie mag niet leiden tot een strijdigheid met de Wet natuurbescherming.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.9.