5.1 Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bedrijven met bijbehorende bedrijfsactiviteiten uitsluitend in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 10 Staat van bedrijfsactiviteiten tenzij dit uitdrukkelijk is uitgesloten;
een bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten in de vorm van een:
grondgebonden agrarisch bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf';
agrarisch loonbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch loonbedrijf';
agrarisch loonbedrijf, gecombineerd met een hoveniersbedrijf en een grondverzetbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemengd';
bouwbedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'bouwbedrijf';
een bedrijf als genoemd in bijlage 9 Lijst van neven-/hergebruiksactiviteiten en in de kolom 'Overig landelijk gebied' voorzien van de letter N, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - neven- en hergebruiksactiviteiten'
caravanreparatiebedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - reparatie caravans';
circusbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - circusbedrijf';
detailhandelsbedrijf in bos- tuin-, park- en vergelijkbare machines en aanverwante artikelen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';
diervoederproductiebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - productie van diervoeders';
garagebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf';
garagebedrijf, gecombineerd met de handel in en reparatie van landbouwvoertuigen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - reparatie-motorvoertuigen';
grondverzetbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - grondverzetbedrijf';
landbouwmechanisatiebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - handel en reparatie van landbouwvoertuigen';
hoveniersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hovenier';
kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
loodgietersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loodgietersbedrijf';
metaalconstructie en -bewerkingsbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - metaalconstructiebedrijf';
nutsvoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening';
opslag uitsluitend ten dienste van het aanwezige bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
rietdekkersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - rietdekkersbedrijf';
transportbedrijf (niet ten behoeve van vee), uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf';
veehandelsbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - handel en transport van vee';
meubelwerkplaats annex interieurbouwbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meubelmakerij'
handelsbedrijf in levend pluimvee en slachtbijproducten alsmede transportbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - handel in pluimvee en transport';
kantoor, alleen ten dienste van en voor maximaal 50% van de bruto vloeroppervlakte van de in sub a en b genoemde bedrijven;
detailhandel in ter plaatse geproduceerde goederen, dan wel goederen die direct verband houden met de aard van het bedrijf en voor maximaal 10% van de bruto vloeroppervlakte. tot een maximum van 200 m2 van de in sub a en b genoemde bedrijven;
horeca, alleen in de vorm van een bedrijfsrestaurant/kantine en alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de in sub a en b genoemde bedrijven;
woonwagens, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats';
een kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein';
verkooppunt voor motorbrandstoffen met LPG, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg';
bedrijfswoning(en), tenzij uitdrukkelijk uitgesloten;
aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de bedrijfswoning;
waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen;
en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen
Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Bedrijf' worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten' geen bebouwing is toegestaan.
5.2.2 Bedrijfsgebouwen
Met uitzondering van grond met het hoofdfunctievlak met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - circusbedrijf' gelden voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken de navolgende regels:
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlakte, vermeerderd met 10 %, tenzij anders is bepaald met de aanduiding 'maximum oppervlakte (bvo) (m2)';
de goothoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte, met dien verstande dat de goothoogte ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch loonbedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf - handel en reparatie van landbouwvoertuigen' niet meer dan 6 m mag bedragen, tenzij anders bepaald;
de bouwhoogte mag niet meer mag bedragen dan de bestaande bouwhoogte, met dien verstande dat de goothoogte ter plaatse van de aanduidingen 'agrarisch loonbedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf - handel en reparatie van landbouwvoertuigen' niet meer dan 11 m mag bedragen, tenzij anders bepaald;
ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf' staat vast dat het te bouwen bedrijfsgebouw niet ten behoeve van de agrarische bedrijfstak is dan wel dat vaststaat dat de ammoniakemissie vanuit de betreffende inrichting niet toeneemt.
5.2.3 Bedrijfswoning(en)
Met uitzondering van grond met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - circusbedrijf' gelden voor het bouwen van bedrijfswoningen de navolgende regels:
per bedrijf mag maximaal 1 bedrijfswoning worden gebouwd met dien verstande dat:
ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen', het daar aangegeven maximum geldt;
de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen;
de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen;
de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen.
5.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning
Met uitzondering van grond met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - circusbedrijf' gelden voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning de regels in artikel 21.2.3 van de hoofdfunctie 'Wonen'.
5.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels:
de bouwhoogte mag maximaal 2 m bedragen;
in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte van:
erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwperceel maximaal 2,5 m bedragen;
reclamemasten maximaal 10 m bedragen, met dien verstande dat er maximaal 1 reclamemast per bedrijf is toegelaten;
antennedragers inclusief antennes, verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 12 m bedragen.
5.2.6 Circusbedrijf
Voor grond met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - circusbedrijf' gelden de navolgende regels:
de bedrijfsgebouwen mogen een oppervlakte van maximaal 300 m2 hebben en een bouwhoogte van maximaal 6,5 m;
ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' zijn maximaal zes woonwagens toegestaan met bijbehorende bouwwerken, zoals sanitaire voorzieningen en berging voor huishoudelijke doeleinden met een bouwhoogte van maximaal 3,5 m;
de oppervlakte van de onder b genoemde bijbehorende bouwwerken mag maximaal 50 m2 bedragen.
5.3 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in 5.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Bedrijf' nadere eisen stellen met betrekking tot:
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken;
de goot- en bouwhoogte van bouwwerken;
de afmetingen van bouwwerken;
het aantal en de situering van bouwwerken;
het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan en met dien verstande dat, bij de aanduiding 'cultuurhistorie' uitdrukkelijk rekening moet worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en een advies moeten worden ingewonnen bij een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige.
5.4 Afwijken van de bouwregels
De afwijkingen in artikel 46.2.1, 46.2.3, en 46.2.4 zijn van toepassing.
5.5 Specifieke gebruiksregels
5.5.1 Algemeen
Per bouwperceel is maximaal één bedrijf toegestaan.
5.5.2 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen
Een bedrijfswoning, inclusief eventueel aanwezige (bij de bedrijfswoning behorende), bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in lid 21.5.1, van de hoofdfunctie 'Wonen'.
5.5.3 Parkeren
In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
5.5.4 Strijdig gebruik
Onverminderd het bepaalde in artikel 44.1 wordt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - circusbedrijf' onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan: het geven van circusvoorstellingen.
5.6 Afwijken van de gebruiksregels
Naast de hieronder opgenomen afwijkingsmogelijkheid van de gebruiksregels, zijn ook de afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 van toepassing.
5.6.1 Bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 sub a voor het toestaan van een bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten dat niet is vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, onder voorwaarden dat:
de maximaal toelaatbare categorie ter plaatse niet wordt overschreden;
het bedrijf met bijbehorende bedrijfsactiviteiten naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met de op grond van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegelaten bedrijven en dat dit waar nodig met een milieuhygiënisch onderzoek door de aanvrager is aangetoond;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;
geen omgevingsvergunning kan worden verleend als de locatie is gelegen binnen de aanduiding ‘overige zone – gelders natuurnetwerk’ of ‘overige zone – groene ontwikkelingszone’, tenzij kan worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, dan wel geen noemenswaardige belemmering wordt gevormd voor de beoogde zoekruimte voor nieuwe natuur of de aanleg van ecologische verbindingszones;
moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
5.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
5.7.1 Verbod
Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' of 'cultuurhistorie', voortvloeiend uit bijlage 14 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - onderzoeksrapport en 15 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Doetinchem, 16 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Gaanderen of 17 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Wehl , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen.
5.7.2 Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in 5.7.1 is niet van toepassing op:
werkzaamheden die:
al in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van de verordening;
het normale onderhoud betreffen;
mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning of aanschrijving van bevoegd gezag ;
gebouwen die als gevolg van een calamiteit verloren zijn gegaan;
gebouwen voorzien van de aanduiding 'cultuurhistorie' waarbij uit het onderzoek, dat aanleiding was voor het opnemen van de aanduiding, blijkt dat het betreffende bouwwerk geen cultuurhistorische waarde heeft;
bouwwerken waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist (vergunningvrije bouwwerken).
5.7.3 Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.7.1 wordt slechts verleend als:
de bestaande architectonische, cultuurhistorische en beeldbepalende kwaliteit niet worden aangetast;
op basis van technische en economische overwegingen de instandhouding van het bouwwerk redelijkerwijs niet kan worden verlangd;
als het bevoegd gezag voornemens is om de omgevingsvergunning te verlenen op basis van het gestelde in sub a, wordt een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige om advies gevraagd.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.7.1 wordt, als sprake is van de aanduiding 'cultuurhistorie', slechts verleend als ook:
de karakteristieke aard en het beeldbepalende aanzicht van het hoofdgebouw of bijgebouw in relatie tot het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft;
het delen van een gebouw of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken; en waarbij door sloop daarvan de karakteristieke hoofdvorm en het beeldbepalend aanzicht van het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft.
Hoofdstuk
Artikel 5