Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.5

Reikwijdte van het beleid

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodembeheer

Deze Nota gaat alleen over het toepassen van grond op de landbodem. Voor het toepassen van grond in oppervlaktewateren is de desbetreffende waterkwaliteitsbeheerder (waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden), verder te noemen HDSR, het bevoegd gezag. Het in deze Nota beschreven beleid is een leidraad voor de uitvoeringspraktijk van het grondverzet. Er wordt beschreven hoe de gemeente IJsselstein de bodemregelgeving vertaalt naar lokale regels en beleid. Ook staat beschreven wanneer de bodemkwaliteitskaart geldt als wettig bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit van een toe te passen partij grond. Het Besluit bodemkwaliteit is alleen van toepassing op situaties waarin sprake is van: nuttige en functionele toepassingen van grond en/of baggerspecie (zie art. 35 van het Besluit bodemkwaliteit) 3 in bijlage 15 wordt een limitatieve opsomming gegeven van nuttige toepassingen cf. dit artikel het aanbrengen van een afdeklaag bij grootschalige bodemtoepassingen (GBT). In bijlage 10 wordt uitgelegd wat een GBT is en welke eisen hieraan gesteld worden. Deze Nota richt zich alleen op de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Of de grond civieltechnisch, fysisch of landbouwkundig geschikt is, laat deze Nota buiten beschouwing. Deze Nota is verder ook niet van toepassing op de volgende situaties: Het toepassen van schone grond4 Schone grond is gelijk aan klasse Landbouw/Natuur-grond (ook wel klasse L/N-grond of klasse AW- grond genoemd) MITS de grond middels een partijkeuring op alle relevante parameters geanalyseerd is en op basis daarvan ingedeeld kan worden in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur., zoals bedoeld in art. 4.2.2. lid 4 en 5 van de Regeling bodemkwaliteit. Deze grond is overal toepasbaar, mits de toepassing als nuttig en functioneel wordt aangemerkt; Het toepassen van grond in de kern van een Grootschalige bodemtoepassing (GBT); Het direct nat verspreiden van bagger op aangrenzende percelen. In bijlage 11 van deze Nota wordt verder op deze activiteit ingegaan; Het toepassen van grond of bagger in oppervlaktewater (hiervoor is niet de gemeente maar de betreffende waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag). Voor de landelijk geldende regels wordt verwezen naar het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit [Lit. 1 en 2]. Voor nieuwe bodemverontreinigingen, die zijn ontstaan na 1 januari 1987 (of na 1 juli 1993 voor asbest), geldt de zorgplicht, zoals bedoeld in art. 13 van de Wet bodembescherming. LET OP: Voor het ontgraven, toepassen en hergebruiken van PFAS-houdende grond in de provincie Utrecht, is onlangs door de ODRU en de RUD Utrecht, samen met de provincie Utrecht, een regionale bodemkwaliteitskaart PFAS [Lit. 10] en regionaal PFAS-beleid opgesteld [Lit. 9]. In par. 6.3 (Stappenschema voor het grondverzet) is aangegeven wat de ontgravingskwaliteit is en wat de toepassingseisen zijn voor PFAS in IJsselstein. Voor een overzicht van de PFAS-zones die in de provincie Utrecht onderscheiden zijn, wordt verwezen naar de kaarten in bijlage 4F (bovengrond 0 – 0,5 m -mv)) en 4G (ondergrond 0,5 – 2 m -mv) van deze Nota. Deel 1 van deze Nota (Gebiedsspecifiek grondstromenbeleid) valt bij het inwerkingtre- den van de Omgevingswet in z’n geheel onder het Overgangsrecht via de Aanvullingswet/ Aanvullingsbesluit bodem. Daarmee komt dit deel van de Nota automatisch in het Tijdelijke deel van het Omgevingsplan terecht en heeft de gemeente tot 1 januari 2030 de tijd om het beleid met andere milieuthema’s in het Omgevingsplan te integreren. Deel 2 van deze Nota (Graven en saneren) valt bij het inwerkingtreden van de Omgevings- wet niet onder het Overgangsrecht en zal daarom direct uitgewerkt moeten worden in het Omgevingsplan. Dit deel is voor nu alleen van toepassing op situaties waarin sprake is van: projectmatige ontgravingen (bij niet-ernstige gevallen van bodemverontreiniging); bodemsaneringen (bij niet-ernstige gevallen van bodemverontreiniging).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel