3.1.1Onderscheiden bodemfuncties
Onderstaand is aangegeven welke bodemfuncties (a t/m g) in het Besluit bodemkwaliteit onderscheiden worden.
Fig. 4: Overzicht van de bodemfunctie die het Besluit bodemkwaliteit onderscheidt
In de Regeling bodemkwaliteit zijn de bovenstaande bodemfunctieklassen samengevoegd tot 3 bodemfunctieklassen: Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie.
3.1.2Maximale Waarden (MW)
Per bodemfunctieklasse is in de Regeling bodemkwaliteit [Lit. 2] door middel van Maximale Waarden (MW) aangegeven waaraan grond en bagger moeten voldoen bij toepassing en hergebruik (zie ook bijlage 9). Hier moet de grond die toegepast wordt minimaal aan voldoen in het Generieke kader.
Tabel 3: Bodemfunctieklassen met bijbehorende toepassingseis (in het Generieke kader)
Toelichting:
Klasse Landbouw/Natuur-grond, afgekort klasse L/N-grond en ook wel klasse AW-grond genoemd, voldoet in het Generieke kader voor toepassing op de bodemfuncties: Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie; 5 Klasse L/N-grond (ook wel klasse AW-grond genoemd), is gelijk aan schone grond MITS de grond middels een partijkeuring op alle relevante parameters geanalyseerd is en op basis daarvan ingedeeld kan worden in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur.
Klasse Wonen-grond voldoet in het Generieke kader voor toepassing op de functies: Wonen en Industrie;
Klasse Industrie-grond voldoet in het Generieke kader alleen voor toepassing op de functie: Industrie.
Grond die een slechtere kwaliteit heeft dan klasse Industrie grond, wordt aangemerkt als Niet Toepasbare grond. Deze grond is voor geen enkele toepassing geschikt en mag daarom niet worden toegepast of hergebruikt, maar moet worden afgevoerd naar een erkend verwerker.
3.1.3Bodemfunctieklassenkaart
Elke gemeente heeft een Bodemfunctieklassenkaart. Dit is sinds 1 juli 2008 (datum waarop het Besluit bodemkwaliteit van kracht is geworden voor de landbodem) een verplichting. Op een Bodemfunctieklassenkaart wordt het grondgebied van een gemeente ingedeeld in de bodemfunctieklassen: Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie. Deze kaart zegt niets over de bodemkwaliteit, maar geeft alleen weer in welke bodemfunctieklasse een perceel is ingedeeld. Dat is van belang om uiteindelijk de toepassingseis te kunnen bepalen. Bij de onderscheiden bodemfuncties (Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie) horen specifieke bodemgebruiken. In onderstaande tabel wordt dit duidelijk.
Tabel 4: Onderscheiden bodemfunctieklassen met bijbehorend bodemgebruik
De indeling in bodemfunctieklassen op een Bodemfunctieklassenkaart is niet op het niveau van percelen gemaakt, zoals bij bestemmingsplannen, maar op niveau van grotere gebieden. Globaal zijn de bebouwde gebieden meestal ingedeeld in de bodemfunctieklasse Wonen en industrieterreinen in de bodemfunctieklasse Industrie. Niet ingedeelde gebieden vallen automatisch in de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. Voor deze bodemfunctieklasse geldt de strengste toepassingseis, nl. klasse L/N-grond. Dit geldt ook voor het buitengebied van de gemeente IJsselstein, exclusief de lintbebouwing. De Bodemfunctieklassenkaart is opgenomen in bijlage 5 van deze Nota.
3.1.4Lokale Maximale Waarde (LMW)
De heersende bodemkwaliteit past echter niet altijd bij de bodemkwaliteit die op grond van de bodemfunctie gewenst is. Door het vaststellen van Gebiedsspecifiek beleid, kan een gemeente de meest gewenste situatie (balans tussen afwegen risico’s en streven naar optimaal hergebruik van grond) creëren door bij de toepassingseis rekening te houden met de bestaande bodemkwaliteit, binnen de beleidsruimte die het Besluit bodemkwaliteit daarvoor aan de gemeenten gegeven heeft (art. 44 van het Besluit bodemkwaliteit).
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Landelijk kader voor het grondverzet
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodembeheer