Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Randvoorwaarden Gebiedsspecifiek beleid

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodembeheer

Het Besluit bodemkwaliteit stelt eisen aan het opstellen van Gebiedsspecifiek beleid. De gemeente moet beschikken over een geldende Bodemkwaliteitskaart. Daarnaast is de gemeente verplicht om haar beleidskeuzes vast te leggen in een Nota bodembeheer. Het Besluit bodemkwaliteit geeft een aantal voorwaarden voor het vaststellen van Gebiedsspecifiek beleid: Bij grondverzet is er sprake van stand-still op gebiedsniveau (geen achteruitgang van de chemische bodemkwaliteit binnen het gebied waarvoor het Gebiedsspecifieke beleid geldt; Een gemeenteraad kan voor een bepaald gebied of stof een Lokale Maximale Waarde (LMW) vaststellen. Een LMW is een waarde die de generieke Maximale Waarden (MW) uit de Regeling bodemkwaliteit vervangt; Bij grondverzet mag niet een nieuw spoedeisend geval van ernstige bodemverontrei- niging ontstaan; Het voorgenomen beleid wordt afgestemd met overige lokale bodembeheerders in de regio, waaronder het bevoegd gezag Wet bodembescherming (provincie Utrecht); De uiteindelijk gemaakte Gebiedsspecifieke beleidskeuzes worden ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.

Rechtspraak bij dit artikel