Het Gebiedsspecifiek beleid van IJsselstein gaat uit van het – waar nodig - beschermen van de bodemkwaliteit en het – waar mogelijk - juist verruimen van de hergebruiksmogelijkheden van grond en bagger.
De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten voor haar bodembeleid:
De kwaliteit van de bodem moet zodanig zijn dat de functies wonen, werken, infrastructuur, natuur en landbouw op een verantwoorde wijze uitgeoefend kunnen worden;
Milieuhygiënische risico’s worden tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht door het stellen van een helder toetsingskader in combinatie met de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven (bijv. door opvolgen gebruiksaanwijzingen bij lood-houdende grond in (moes)tuinen en op plaatsen waar kinderen spelen);
Het Gebiedsspecifieke kader maakt het mogelijk om het bodembeheer kosteneffectief uit te kunnen voeren;
Vanuit de duurzaamheidsgedachte worden hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond optimaal benut en gefaciliteerd en worden transportafstanden voor het vervoer van grond, waar mogelijk, verkleind;
Procedures en spelregels zijn zoveel mogelijk vereenvoudigd en afgestemd met buur- en regiogemeenten, zodat het bodembeleid uitlegbaar blijft, draagvlak houdt en de regeldruk verminderd.
Stand-still op gebiedsniveau
De gemeente kiest als uitgangspunt voor haar Gebiedsspecifieke beleid voor het grondverzet: “stand-still op gebiedsniveau”. Het stand-still principe op gebiedsniveau houdt in dat de bestaande bodemkwaliteit binnen een bepaald gebied niet mag verslechteren. Plaatselijke verslechteringen van de bodemkwaliteit binnen dit gebied kunnen alleen toegelaten worden, als dit milieuhygiënisch verantwoord is (dit wordt onderbouwd door een risicotoetsing van de te kiezen lokale norm aan de risicogrenswaarden) én door aan grond afkomstig van buiten het gebied strengere toepassingseisen te stellen dan aan grond die afkomstig is van binnen het gebied. Het gebied waarvoor de Gebiedsspecifieke beleidsregels gelden, omvat het eigen grondgebied van een gemeente. Het “eigen” bodembeheergebied kan ook uitgebreid worden, zodat de Gebiedsspecifieke beleidsregels ook gelden voor grond afkomstig uit een andere gemeente of regio. De gemeente IJsselstein kiest ervoor om het “eigen” bodembeheergebied uit te breiden met het grondgebied van enkele gemeenten rondom IJsselstein. Zie verder par. 5.2.
5.1.1Gebiedsspecifiek versus Generiek
Het Gebiedsspecifieke beleid van IJsselstein is deels strenger en deels ruimer dan het Generieke kader voor het grondverzet. Hieronder worden een aantal voorbeelden genoemd.
Strenger:
In het Generieke kader mag in particuliere tuinen en op plaatsen waar kinderen spelen, klasse Wonen-grond toegepast worden, zonder restricties. De Maximale Waarde (MW) van klasse Wonen bedraagt 210 mg/kg. Dat betekent dat in het Generieke kader de toe te passen grond een loodgehalte kan bevatten van (maximaal) 210 mg/kg. Vanwege het blootstellingsrisico van lood voor jonge kinderen (0 – 6 jaar) is het maximaal toegestane loodgehalte in grond die wordt toegepast in particuliere tuinen in het Gebiedsspecifieke beleid daarom gesteld op 100 mg/kg en voor kinderspeelplaatsen op 50 mg/kg (hier mag namelijk alleen klasse L/N-grond toegepast worden).
Ruimer: 6 hier zijn wel voorwaarden aan verbonden (zie paragraaf 5.4)
In het Gebiedsspecifieke beleidskader mag grond uit onverdachte wegbermen, zonder bodemonderzoek of partijkeuring, uitgewisseld worden met andere wegbermen binnen het bodembeheergebied IJsselstein. In het Generieke kader moet elke keer opnieuw de kwaliteit van de grond afkomstig uit de wegberm vooraf vastgesteld moeten worden;
Grond, afkomstig van een boomgaardperceel mag in het Gebiedsspecifieke beleidskader, toegepast worden op andere bestaande boomgaardpercelen in het buitengebied. Dit is in het Generieke kader niet mogelijk omdat de grond vanwege de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen, als klasse Industrie-grond beschouwd moet worden en daarom vaak afgevoerd moet worden naar een erkend verwerker;
Op industrieterreinen die naar verwachting voorlopig een industriefunctie zullen blijven houden, mag in het Gebiedsspecifieke beleidskader klasse Industrie-grond worden toegepast, ongeacht de heersende bodemkwaliteit op het betreffende industrieterrein. De industrieterreinen waar klasse Industrie-grond toegepast mag worden zijn aangegeven op de Gebiedsspecifieke toepassingskaart in bijlage 4D. In het Generieke beleid mag je alleen klasse Industrie-grond toepassen als ook de ontvangende bodem op het betreffende industrieterrein in de bodemkwaliteitsklasse Industrie valt.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1
Uitgangspunten van het gemeentelijk bodembeleid
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodembeheer