Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.3

Gewenste beschermingsniveau

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodembeheer

Bij het vaststellen van de Lokale Maximale Waarden (LMW) is rekening gehouden met de daadwerkelijke bodemgebruiksfunctie in relatie tot eventuele gebruiksrisico’s. Op deze wijze wordt het gewenste beschermingsniveau nader gespecificeerd en wordt gestuurd in de toepassingsmogelijkheden voor grond en baggerspecie. De gemaakte Gebiedsspecifieke keuzes hebben enerzijds betrekking op algemene toepassingen die niet gerelateerd zijn aan een bepaalde zone, maar in principe in alle zones aan de orde kunnen zijn (niet zone-gerelateerd, uitgewerkt in paragraaf 5.4) en anderzijds op een bepaalde bodemkwaliteitszone (zone-gerelateerd, uitgewerkt in paragraaf 5.5). De Gebiedsspecifieke beleidsregels zijn verwerkt in de Gebiedsspecifieke Toepassingskaart (zie bijlage 4D). Deze Toepassingskaart geldt voor grond die afkomstig is van binnen het “Bodembeheergebied IJsselstein”. Niet voor elke onderscheiden bodemkwaliteitszone is een Gebiedsspecifieke toepassingseis vastgesteld. In sommige zones is dat niet nodig, omdat het hanteren van de Generieke toepassingseis die geldt vanuit het Generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, genoeg mogelijkheden en bescherming biedt. De Generieke toepassingseisen zijn per zone aangegeven op de Generieke Toepassingskaart (zie bijlage 4E). Deze Toepassingskaart geldt voor grond die afkomstig is van buiten het “Bodembeheergebied IJsselstein”. Let op: Omdat het Gebiedsspecifieke bodembeleid niet alleen voor zones geldt, maar ook voor een aantal niet zone-gerelateerde thema’s, moet bij het toepassen van grond niet alleen de Toepassingskaart (bijlage 4D of 4E) worden gebruikt, maar ook de tekst van par. 5.4 van deze Nota geraadpleegd worden, om na te gaan of de toepassing toegestaan is. In hoofdstuk 6 is hiervoor een Stappenschema voor het grondverzet opgenomen. Let op: In de praktijk wordt vaak het begrip “schone grond” gebruikt voor grond die in een bodemonderzoek of partijkeuring onderzocht is op het standaardstoffenpakket bodem en op basis daarvan ingedeeld is in klasse Landbouw/Natuur. Formeel is schone grond, grond die geen verontreinigingen bevat. Er is dus pas sprake van schone grond als de grond, naast de stoffen uit het standaardpakket bodem ook op andere relevante stoffen die in de grond verhoogd verwacht kunnen worden, is geanalyseerd en daarna vastgesteld is dat de grond nog steeds in de klasse Landbouw/Natuur ingedeeld kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel