In deze paragraaf worden de niet zone-gerelateerde Gebiedsspecifieke beleidsregels beschreven voor het toepassen, uitwisselen, ontgraven en tijdelijk opslaan van grond en bagger en voor het verspreiden van bagger binnen de gemeente IJsselstein. Het gaat hierbij om algemene toepassingen die in principe in alle zones voor kunnen komen.
Voor de onderstaande onderdelen zijn Gebiedsspecifieke beleidsregels vastgesteld:
Toepassen van grond met bodemvreemd materiaal (par. 5.4.1)
Toepassen van grond op gevoelige functies (par. 5.4.2)
Toepassen van lood-houdende grond in tuinen (par. 5.4.3).
Toepassen van grond op bedrijfs- en industrieterreinen (par. 5.4.4)
Uitwisselen van grond tussen bermen van (spoor)wegen (par. 5.4.5)
Uitwisselen van grond tussen boomgaardpercelen (par. 5.4.6)
Ontgraven van grond t.b.v. kabels, leidingen en riolering (par. 5.4.7)
Ontgraven van grond dieper dan 2 meter (par. 5.4.8)
Verspreiden van bagger op de landbodem (par. 5.4.9)
Tijdelijke opslag van grond en bagger (par. 5.4.10)
Het toepassen van grond is alleen toegestaan als deze in artikel 35 van het Besluit bodemkwaliteit aangemerkt kan worden als een nuttige toepassing. Daarnaast moet een toepassing functioneel zijn. Dat wil zeggen dat de hoogte, breedte of dikte van de toe te passen partij grond niet groter mag zijn dan doelmatig is om het geplande werk te realiseren.
5.4.1Toepassen van grond met bodemvreemd materiaal
Generieke kader
Volgens het Besluit bodemkwaliteit mag er in toe te passen grond maximaal 20 gewichtsprocenten aan bodemvreemd materiaal zitten.7 Onder bodemvreemd materiaal wordt, sinds de wijziging van de Regeling bodemkwaliteit van november 2018, alleen nog maar steenachtige materialen en hout begrepen. De overige bodemvreemde materialen (zoals plastics), mogen slechts sporadisch in de toe te passen grond aanwezig zijn als deze er niet redelijkerwijs uit zijn te halen voor de toepassing (zie artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit). Gemeenten kunnen door middel van Gebiedsspecifiek beleid het maximaal toegestane percentage bodemvreemd materiaal naar beneden toe bijstellen, als zij dit wenselijk vinden. De gemeente IJsselstein kiest hiervoor, net als alle andere gemeenten in het werkgebied van de ODRU.
Gebiedsspecifieke kader
De gemeente IJsselstein heeft het maximaal toegestane gewichtspercentage bodemvreemd materiaal gedifferentieerd op basis van de risicogevoeligheid van het bodemgebruik bij een bepaalde functie. Voor de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur en voor toepassing van grond op gevoelige functies (zie paragraaf 5.4.2.) gelden strengere eisen dan in het Generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. In onderstaande tabel is dit weergegeven.
Tabel 7: differentiatie bodemvreemd materiaal naar bodemfunctie
*) Asbest mag niet zichtbaar in de grond aanwezig zijn, maar ook mag de grond analytisch geen asbest bevatten.
De definitie van gevoelige functie wordt per gemeente vaak verschillend ingevuld. Voor de definitie van gevoelige functie die de gemeente IJsselstein hanteert, wordt verwezen naar paragraaf 5.4.2.
Toepassingsbereik
De in de bovenstaande tabel aangegeven toepassingseisen voor grond met bodemvreemd materiaal gelden voor:
Alle grondsoorten, ongeacht de herkomstlocatie.
5.4.2Toepassen van grond op gevoelige functies
Generieke kader
In de Regeling bodemkwaliteit (Generieke beleidskader Besluit bodemkwaliteit) worden, naast percelen in het buitengebied die ingedeeld zijn in de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur, moes- en volkstuinen expliciet genoemd als functies waar alleen klasse L/N-grond toegepast mag worden. In de Provinciale milieuverordening Utrecht is daarnaast opgenomen dat ook in drinkwaterwingebieden alleen klasse L/N-grond toegepast mag worden. Gemeenten kunnen door middel van Gebiedsspecifiek beleid het aantal gevoelige functies waar alleen klasse Landbouw/Natuur-grond toegepast mag worden, verder uitbreiden. De gemeente IJsselstein kiest ervoor, net als veel andere gemeenten in de regio al gedaan hebben, het aantal gevoelige functies uit te breiden met “plaatsen waar kinderen spelen” en “ecologische beschermingsgebieden”.
Plaatsen waar kinderen spelen (0 – 6 jaar):
Voor de definitie van “plaatsen waar kinderen spelen” wordt aangesloten bij de definitie die gebruikt wordt in het “Handelingskader voor diffuus lood in de bodem”, dat vastgesteld is door de provincie Utrecht en op 19 november 2019 in werking is getreden. Definitie van dit begrip in dit kader is: plaatsen waar kinderen van 0-6 jaar spelen; het gaat om die plaatsen waar kinderen in contact komen met de onverharde bodem.
Voorbeelden zijn:
Openbare speelplaatsen (meestal in woonwijken)
Speelplaatsen bij scholen
Speelplaatsen bij kindercentra
Trapveldjes
Overige locaties, die bij de gemeente bekend staan als speelplek voor jonge kinderen.
Sport-, recreatieterreinen en stadsparken worden niet als gevoelige functie aangemerkt. Aangenomen wordt dat kinderen hier niet dagelijks spelen en dat daarmee sprake is van een beperkte blootstelling. Ook rondhangplekken worden niet onder het begrip “gevoelige functie” begrepen, omdat ervan uitgegaan wordt dat hier geen kleine kinderen (0 – 6 jaar) spelen.
Ecologische beschermingsgebieden:
Onder ecologische beschermingsgebieden wordt verstaan:
Gebieden die onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
Natura-2000 gebieden
Overige gebieden met Natuur als hoofdfunctie
Alle overige gebieden die deel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (NNN- gebieden).
Voorafgaand aan toepassingen van grond en bagger in ecologische beschermingsgebieden moet de initiatiefnemer contact opnemen met de provincie Utrecht. Voor de ligging van ecologische beschermingsgebieden wordt verwezen naar de website van de provincie Utrecht. Naar de kaart via: https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart.
In onderstaande tabel wordt een samenvattend overzicht weergegeven van de functies die voor het grondverzet in de gemeente IJsselstein als “gevoelige functie” worden aangemerkt.
Tabel 8a: Overzicht van toepassingseisen voor “gevoelige functies” in IJsselstein
*) Dit sluit aan bij het beleid voor diffuus lood, dat tot doel heeft de blootstelling aan lood, met name voor kinderen tot 6 jaar, sterk te verminderen, om IQ-puntenverlies zo veel mogelijk te voorkomen
**) Voor uitwisseling van grond binnen IJsselstein wordt een uitzondering gemaakt. Zie onder “Toepassingsbereik”.
Moes- en volkstuinen (PFAS):
Voor moes- en volkstuinen is in de Regeling bodemkwaliteit al vastgelegd dat hier alleen klasse L/N-grond toegepast mag worden. Voor PFAS houdt dit in dat grond die op een moes-of volkstuin toegepast wordt moet voldoen aan de normen uit het aangepaste Tijdelijk Handelingskader PFAS (THK PFAS) van 2 juli 2020. Zie onderstaande tabel:
Tabel 8b: Overzicht van toepassingseisen voor PFAS op moes- en volkstuinen in IJsselstein
Drinkwaterwingebieden (PFAS):
Voor drinkwaterwingebieden gelden de strengste toepassingsnormen. Hier mag daarom alleen schone grond toegepast worden. Voor PFAS houdt dit in dat grond die in een drinkwaterwingebied wordt toegepast moet voldoen aan de bepalingswaarde/detectielimiet van 0,1 µg/kg. Deze ligt dus een stuk lager dan de achtergrondwaarden van PFOS, PFOA en PFAS overig uit tabel 8b.
Toepassingsbereik
De in tabel 8a en 8b aangegeven eisen voor het toepassen van grond op gevoelige functies, gelden voor:
Alle grondsoorten, ongeacht de herkomstlocatie.
Uitzondering:
Uitwisseling van grond tussen speelplaatsen binnen IJsselstein is mogelijk als uit een partijkeuring blijkt dat de grond schoon is of als de grond in kwaliteitsklasse Wonen wordt ingedeeld, maar het loodgehalte niet hoger is dan 100 mg/kg.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4
Niet-zone gerelateerde beleidsregels
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodembeheer