Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.1

Verschil tussen graven en saneren

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodembeheer

De activiteit graven is niet gericht op het verbeteren van de bodemkwaliteit, maar op het uitvoeren van een bepaald werk. Een bodemsanering (zie paragraaf 8.2.3) is bedoeld om verontreinigingen die een belemmering vormen voor het beoogde bodemgebruik te verwijderen of zodanig maatregelen te nemen dat contact met en/of verspreiding van de verontreiniging tegengegaan wordt. In de Omgevingswet, die binnenkort van kracht wordt, wordt er duidelijk onderscheid gemaakt in de activiteiten graven en saneren. Zie verder hoofdstuk 10, Doorkijk naar de Omgevingswet. In de praktijk is het verschil tussen graven en saneren soms minder duidelijk. Immers niet alle grond die vrijkomt kan altijd zonder meer hergebruikt worden. Soms moet grond worden afgevoerd naar een erkend verwerker, zonder dat er sprake is van een sanering. 8.1.1Onderzoek naar de kwaliteit van de grond Hieronder worden enkele wettelijke kaders genoemd die met grondverzet en saneringen te maken hebben: Wet bodembescherming; vaststelling van de ernst van een geval van bodemverontreiniging en van de mate van spoedeisendheid om te saneren Besluit uniforme saneringen (BUS): vaststelling van de bodemkwaliteit van grond die wordt ontgraven en teruggeplaatst, of (gedeeltelijk) wordt afgevoerd Besluit bodemkwaliteit: vaststelling van de bodemkwaliteit waarop (of waarin) grond/baggerspecie wordt toegepast en vaststelling van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond/bagger die wordt toegepast (zie voorgaande hoofdstukken). Voor de meeste activiteiten of handeling in of op de bodem is vooraf inzicht in (de te ver- wachten) bodemkwaliteit nodig. Bij activiteiten zonder grondverzet (bijv. funderingsherstel), kan de gemeente ontheffing verlenen voor het uitvoeren van een bodemonderzoek, als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt: Er wordt “geen grondverzet” verricht: er wordt geen grond verplaatst, behalve door het eventueel in de grond dringen van funderingspalen, én De bestaande vloer blijft (grotendeels) intact: de vloer wordt alleen verwijderd op plaatsen waar eventueel funderingspalen worden aangebracht. De ontheffing wordt alleen verleend als de aanvrager van de ontheffing verklaart niet bekend te zijn met de aanwezigheid van ondergrondse tanks of bodemverontreiniging (anders dan de reeds bekende diffuse verontreinigingen die blijken uit de Ontgravingskaarten).

Rechtspraak bij dit artikel