1. Periodiek wordt de noodzakelijke omvang van de voorziening voor dubieuze debiteuren bepaald. Dit gebeurt in ieder geval bij het opstellen van de jaarrekening.
2. De noodzakelijke omvang wordt vastgesteld door afhankelijk van de ouderdom van de openstaande posten een bepaald percentage als oninbaar te beschouwen. Hierbij wordt bij de openstaande posten van:
a. openbare lichamen van 0,00% uitgegaan;
b. belasting (publiekrechtelijk) en privaat (privaatrechtelijk) van de onderstaande percentages uitgegaan:
Ouderdom
Geschat percentage oninbaar
Tot en met 6 maanden (180 dagen)
2,00%
Tot en met 9 maanden (270 dagen)
4,00%
Tot en met 1 jaar (360 dagen)
10,00%
>1 ja ar (> 360 dagen)
50,00%
Bij het berekenen van het oninbare bedrag wordt naar het totaal van de openstaande posten met een bepaalde ouderdom gekeken.
c. sociale zekerheidsregelingen >uitgegaan van percentages afgeleid van status vordering.
Status
Geschat percentage oninbaar
Registratie Niet-Ingezetenen (RNI)
90%
Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW)
90%
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)
90%
Onderzoek naar vordering loopt
50%
Bezwaar/Beroep loopt
0%
Uitgestelde aflossing
25%
Onzekere betalingsregeling
50%
Aflossing loopt met looptijd < 5 jaar
0%
Aflossing loopt met looptijd 5-10 jaar
25%
Aflossing loopt met looptijd 11-20 jaar
50%
Aflossing loopt met looptijd > 20 jaar
80%
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 onder b worden openstaande posten ouder dan 6 maanden individueel beoordeeld als zij groter zijn dan € 5.000. Afhankelijk van de beoordeling van de betreffende post kan zowel een hoger als lager percentage dan in de onder lid 2 vermelde tabel voorgeschreven percentages als oninbaar gehanteerd worden.
Artikel 2
Bepalen omvang voorziening
Onderdeel van Richtlijnen voorzieningen dubieuze debiteuren 2021