Naar hoofdinhoud
Inleiding Als er vandaag de dag gesproken wordt over duurzaamheid wordt veelal energieduurzaamheid bedoeld. Duurzaamheid is echter breder. Het behoud van een monument op zichzelf is uiteraard zeer duurzaam. Duurzaam ontwerpen betekent ook dat naar de duurzaamheid van de toegepaste materialen gekeken wordt, naar geavanceerde technieken, naar het productie- en verwerkingsproces en naar de mogelijkheden van het afvoeren en/of hergebruik van materialen. Om de bewustwording van duurzaamheid te verbeteren wordt ook bij het wijzigen of herbestemmen van monumenten aanbevolen een onderzoek uit te voeren naar de duurzaamheid van het monument. In deze richtlijnen worden overwegingen voor oplossingen genoemd, die in overleg met de vergunningverlener van de gemeente Maastricht kunnen worden onderzocht bij het vinden van een geschikte oplossing. Duurzame monumentenzorg: http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/duurzame_monumentenzorg.pdf http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u6/Duurzaamheid_zomer 202010.pdf Energieduurzaamheid en monumenten Om de energieduurzaamheid van gebouwen te verbeteren worden in de hedendaagse bouwpraktijk standaardoplossingen toegepast zoals dubbel glas en dikke isolatiepakketten voor gevels en het dak. Het kiezen voor deze standaardoplossingen kan echter ernstige gevolgen hebben voor de technische staat en uitstraling van historische gebouwen. Door de constructiewijze van de meeste oude panden ontstaan bij na-isoleren koudebruggen, een plek in de constructie waar kou van buiten naar binnen wordt geleid. Isolatie leidt dan tot condensvorming en inwendige condensatie hetgeen ernstige schade kan opleveren zoals rottende houten balken en roestende gevelankers en vorstschade aan steen. Zo kan een gebouw, dat misschien al honderden jaren in een prima conditie verkeerde, in enkele jaren kapot gaan. Naast technische schade leiden standaard energiebesparende maatregelen ook dikwijls tot monumentale schade. Zo past het isolatieglas doorgaans niet in historische ramen waardoor deze vervangen moeten worden, terwijl ramen een wezenlijk onderdeel vormen van de karakteristiek van een monument. Het doorvoeren van de energiebesparende maatregelen leidt dan ook dikwijls op weerstand van monumentenzorg en of welstand waardoor de realisatie van klimaatdoelstellingen in de praktijk wordt ervaren als een keuze tussen het milieu of het monument. Het toepassen van zonnecollectoren, dubbel glas of het isoleren van daken of muren is bij monumenten of historische panden niet altijd mogelijk zonder monumentale kwaliteit aan te tasten. In dat geval is wellicht een ander pakket aan maatregelen voor energieduurzaamheid denkbaar. Om de historische bebouwing energieduurzamer te krijgen zonder verlies van monumentale waarden of technische (gevolg)schade is gezocht naar verantwoorde oplossingen die in het gebouw worden gegenereerd. Het resultaat van de combinatie van maatregelen is hierbij leidend en niet de afzonderlijke maatregelen op zich. Onderzoek heeft aangetoond dat het pakket van maatregelen goed op elkaar moet zijn afgestemd en dat het toepassen van bijvoorbeeld gevelisolatie energetisch weinig effect heeft als er te weinig aan kierdichting wordt gedaan. Het doorvoeren van verantwoorde energieduurzame maatregelen in historische gebouwen is weliswaar maatwerk maar de problematiek is veelal vergelijkbaar waardoor in algemene zin oplossingsrichtingen zijn aan te geven. In deze richtlijnen worden oplossingsrichtingen gegeven die inzicht geven in de problematiek waarop diverse maatregelen worden aangedragen die een antwoord kunnen zijn. Uitgangspunt Als uitgangspunt geldt dat het te behalen effect van de verschillende maatregelingen optimaal is. Hierbij levert het principe van het aanpakken van de zwakste schakel in de energiehuishouding het grootste effect op. Van belang hierbij is dat de onderlinge samenhang van de afzonderlijke oplossingsrichtingen in goede balans is. Er wordt een praktisch pakket van verantwoorde energieduurzame oplossingen voor historische gebouwen geboden, dat als leidraad kan fungeren voor zowel kleinschalige initiatieven van particulieren als grootschalige renovatie- en restauratieprojecten. De nadruk ligt op het kiezen van een maatregel, die vanuit monumentaal oogpunt het meest wenselijk is. Op basis van rendement is het aan te bevelen de werkzaamheden aan de zwakste schakel in de energiehuishouding als eerste aan te pakken. Dat betekent dat in volgorde van effectiviteit het beste eerst gekeken kan worden naar kierdichting, vervolgens naar de ventilatie, de ramen en beglazing, de daken, de vloeren en de gevel. Daarnaast kan gekeken worden naar toepassen van eenvoudige techniek en naar hoogwaardige installaties. Bij monumenten moet rekening worden gehouden of de technische ingrepen fysieke gevolgen hebben voor de monumentale waarden, of de ingrepen door wijziging van fysische eigenschappen op langer termijn schade kunnen veroorzaken maar evenzeer of er gevolgen zijn voor de beeldkwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel