Definitie
De fundering is de draagconstructie waarop een gebouw geplaatst wordt, meestal onder het maaiveld gelegen. Deze heeft ten doel om gewicht van het gebouw gelijkmatig op de ondergrond over te brengen. De verschillende typen funderingen zijn meestal afhankelijk van de desbetreffende bodemgesteldheid. Typen funderingen zijn bijvoorbeeld de strokenfundering (eventueel met getrapte voet), paal- of poerenfundering of plaatfundering. Materiaalsoorten zijn bijvoorbeeld: maaskeien, kolenzandsteen, mergel, baksteen en beton.
In Maastricht is de ondergrond meestal stabiel en opgebouwd uit een dichte klei of leemlaag, grindlaag of mergelpakket hetgeen betekent dat men op de aanwezige ondergrond kan funderen. Dit noemt men “funderen op staal”, waarbij een verbrede voet op de draagkrachtige bodem rust. Paal- of poerenfundering komen bij monumenten in Maastricht nauwelijks voor.
Uitgangspunt
De fundering mag slechts worden vervangen als deze aantoonbaar slecht en/of overbelast is en herstel niet mogelijk blijkt. Indien het mogelijk is, dient de oude fundering gehandhaafd te worden.
Onderzoek en analyse
Doorgaans begint een onderzoek met het bestuderen van de scheuren. Pas wanneer duidelijk is dat de scheuren niet zijn ontstaan door andere gebreken zal worden overgegaan tot onderzoek van de fundering. Schade aan elementen als gevelankers, metselwerk, balkkoppen en hemelwaterafvoer etc. kunnen namelijk ook tot scheuren leiden.
Bepaalde scheuren in de gevel kunnen echter op funderingsproblemen duiden. Deze zijn óf bij de bouw al ontstaan, óf naderhand door wijzigende omstandigheden. In dat geval zal er iets aan de fundering moeten gebeuren. Daarvoor is onderzoek nodig: hoe is de bestaande fundering, wat is er fout gegaan, en waarom ? En hoe is het probleem het beste op te lossen ?
Bij onderzoek van de fundering is het noodzakelijk de bestaande fundering en belastingen op deze funderingen in kaart te brengen om uitsluitsel te bieden over de technische staat en stabiliteit. Op deze manier kan de oorzaak van het probleem en de juiste oplossing gezocht worden. Mogelijk dient de fundering ontgraven te worden op een plaats waar de scheur de grond in gaat.
De laatste jaren zijn er vele technische mogelijkheden en apparatuur ontwikkeld om funderingsherstel achteraf uit te voeren. Meetbouten aanbrengen is meestal een optie om zo het verzakken in de gaten te houden.
De volgende aspecten dienen in een dergelijk funderingsonderzoek aan bod te komen:
Archiefonderzoek : is er al eens eerder een funderingsonderzoek geweest en is de fundering al eens hersteld? Staat de woning op houten palen of op staal (=vaste ondergrond)?
Visuele inspectie van de gevels (alleen aan de straatzijde). Zijn er scheuren en verzakkingen zichtbaar? Soms wordt een lintvoegmeting gedaan om verzakkingen te kunnen vaststellen.
Funderingsinspectie: hoe is de kwaliteit van de fundering? Aan de buitenkant van de woning worden inspectieputten gegraven. De soort fundering wordt vastgesteld. Ook wordt er gekeken naar de toestand van het metselwerk, zoals de hardheid van de stenen, is er scheurvorming of is het metselwerk vervormd.
Geotechnisch onderzoek: in uitzonderlijke gevallen kan een geotechnisch onderzoek noodzakelijk zijn voor het in beeld brengen van verzakkingen en scheefstand van muren. De werkelijke maatvoering van een gebouwkan met een digitale laserscanner in kaart gebracht worden.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
verzakkingen
verticale vervormingen of schranken
scheurvorming in gevels
vocht- en zoutproblemen in gevels
verzepen of uiteenvallen van de steen
Mogelijke oorzaken
Mogelijke schades kunnen tijdens de bouw of bij latere wijzigingen onder andere ontstaan door:
Onvoldoende draagvermogen, door bijvoorbeeld een te dunne zandplaat.
Twee buurpanden tot één pand te verbouwen.
Houten vloeren te vervangen door betonvloeren.
Grote sparingen in dragende wanden te maken.
Fouten tijdens de uitvoering, waarbij heipalen kapot zijn geslagen of kromme of te lichte palen zijn gebruikt. Ook kunnen palen te ver van de muur zijn geheid of op oude waterlopen.
Hogere belasting doordat het gebouw met een verdieping is opgehoogd.
De functie te wijziging waarbij er een verandering in de belasting van de fundering kan optreden, bijvoorbeeld indien woonhuizen een horecabestemming krijgen.
Inklinking van de grond door bijvoorbeeld ophoging van de grond in de omgeving.
Door trillingen, graafwerkzaamheden, geologische eigenschappen of materiaal.
Mogelijke oplossingen (afhankelijk van het type fundering)
Handhaven van de bestaande fundering, aangevuld met onderzoek.
Partieel herstel, door beton aan te storten, of de paalfundering te ontlasten.
aanstorten met beton.
plaatselijk injecteren met kunstharsgebonden mortel.
Volledig herstel, door nieuwe keldervloer te storten met sparingen waarin later betonnen segmentpalen worden gedreven.
etc.
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Indien een slechte fundering door onvoldoende draagvermogen schade kan aanbrengen dient de fundering vervangen te worden, los van het feit of er monumentale waarden in het geding zijn.
Onvoldoende draagvermogen van en schade aan een fundering moet altijd rekentechnisch worden aangetoond.
Indien een fundering technisch goed functioneert is vervanging alleen mogelijk mits er geen monumentale waarden verloren gaan.
De aanleg van een nieuwe vloer dient nooit onder de aanlegdiepte van de oorspronkelijke fundering te komen. Voor het uitdiepen van kelders zie ook kelders en souterrains.
Indien een object een gemeenschappelijke bouwmuur heeft moet er afstemming plaatsvinden met de funderingssituatie van het belendende pand.
Soms zijn gebouwen in drassig gebied gefundeerd op rijsmatten van riet of wilgentenen (o.a. bekend bij kasteel Borgharen en Meerssenhoven) en bij deze gebouwen is het van groot belang dat de fundering altijd onder water staat.
Uitvoeringsvoorschriften
Keldergewelven mogen bij herstel van fundering niet aangetast worden.
Nadere informatie
Funderingen bij monumenten:
http://www.monumentenwachtbrabant.nl/index.php?id=105
http://www.bouwadviesnederland.nl/informatie/bouwadvies/bodemonderzoek/
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1