Naar hoofdinhoud
3.9.1 Historische installaties Definitie Antieke liften, roltrappen zijn illustratieve voorbeelden van unieke historische installaties in monumenten die technisch vaak nog in prima staat verkeren en onnodig gesloopt of vervangen worden. Wanneer een bepaalde lift, roltrap of ander element cultuurhistorische of monumentale waarden heeft kunnen eisen opgelegd worden die deze waarden dienen te beschermen. Deze aanvullende eisen kunnen er toe leiden dat standaard preventiemaatregelen om risico’s te voorkomen niet kunnen worden uitgevoerd. Een risico-analyse zal in veel gevallen nodig zijn om de ernst en de waarschijnlijkheid van de risico’s te bepalen, daarbij rekening houdend met de waarden en de kosten voor preventie. Uitgangspunt Historische installaties zoals waterpompen, bewerkte gietijzeren radiatoren, elektriciteitskasten of schakelaars, historische belsystemen en historische liften worden steeds zeldzamer waardoor behoud en oplossingen op maat zeer wenselijk zijn. Onderzoek en analyse Onderzocht moet worden of de historische installaties ook in gebruik kunnen blijven. Schades, oorzaken en oplossingen Afhankelijk om welke onderdelen het gaat kan hiervoor advies ingewonnen worden bij specialisten. Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria Indien historische installaties buiten gebruik raken dienen deze bij voorkeur behouden te blijven naast de nieuwe installatie. Bij het vervangen van oude waterleidingen en elektriciteitsbedrading dient schade aan muren en historische wand- of plafondafwerking voorkomen te worden. Indien oude tv-antennes niet meer in gebruik zijn dienen deze verwijderd te worden. Monumentale gietijzeren radiatoren zijn gezien hun omvang vaak lastig te koppelen aan standaard cv-installaties. In tegenstelling tot wat veel installateurs beweren is het wel degelijk mogelijk een speciaal hierop afgestemde HR-ketel te verkrijgen. Nadere informatie N.v.t. 3.9.2 Gebruiksgebonden installaties Definitie Gebruiksgebonden installaties zijn installaties die het mede mogelijk maken dat een gebouw door mensen kan worden gebruikt, ongeacht de functie. Dit zijn voorzieningen en installaties die noodzakelijk zijn voor het behoud van het monument, bijvoorbeeld installaties voor elektriciteit, verwarming, ventilatie, warm tapwater, waterleiding en riool teneinde het pand geschikt te maken voor doelmatig gebruik. Deze installaties komen voort uit het Bouwbesluit / Besluit brandveilig gebruik bouwwerken. Mechanische Ventilatie Ventilatie is essentieel voor een gezond binnenklimaat en om vocht uit een gebouw af te voeren. De afvoer van vocht is niet alleen van belang voor het binnenklimaat en het gebouw zelf, het is ook van belang voor het energieverbruik. Het kost veel meer energie om vochtige lucht op te warmen dan droge lucht. Wanneer de kierdichting van een pand is verbeterd, verdient de ventilatievoorziening dan ook extra aandacht. Ventilatie kan op een natuurlijke wijze plaatsvinden en/of aangestuurd worden door een inblaas- en/of afzuigunit. Volledig natuurlijke ventilatie is het meest eenvoudig en daarmee minder kostbaar dan volledig mechanische (geavanceerde) ventilatie. Het nadeel van natuurlijke ventilatie is dat het minder goed gecontroleerd is. Een nadeel van (volledig) mechanische ventilatie is dat een bewoner minder invloed heeft op de ventilatie en dat de systemen onderhoud behoeven. In gebieden met een hogere geluidsbelasting is ventilatievoorziening vaak gekoppeld aan een zogenaamde suskast. Een suskast is een voorziening om het geluid van buiten te reduceren. Een nadeel van ventilatie is dat het tot energieverlies leidt, immers de verwarmde lucht wordt afgevoerd ten behoeve van verse koude lucht. Om dit te voorkomen kunnen volledig mechanische systemen gekoppeld worden aan een Warmte Terug Win systeem, een zogenaamde WTW, waarbij de uitgaande lucht de inkomende lucht verwarmt in een warmtewisselaar. Er wordt dan gesproken over een gebalanceerd ventilatiesysteem. Uitgangspunt Indien een monument voorzien wordt van gebruiksgebonden installaties dienen deze zorgvuldig ingepast te worden. Bij verkeerde ventilatie en verwarming kan grote schade ontstaan bijvoorbeeld door hoge vochtconcentraties in het pand. Voorzieningen mogen echter geen monumentale onderdelen aantasten of ontsierend werken. Onderzoek en analyse In eerste instantie moet onderzocht worden waar de vochtoverlast ontstaat, want dit kan door optrekkend grondwater ontstaan of door doorslaand regenwater, maar ook is het mogelijk dat het vocht door condensatie van binnen uit optreedt. Het maken van een analyse van de vochtproblematiek is specialistenwerk. Schades, oorzaken en oplossingen Mogelijke schades Aantasting door vocht en klimaatwisseling. Aantasting door uitdroging Mogelijke oorzaken Toepassing van klimaatvoorzieningen die niet op elkaar zijn afgestemd. Mogelijke oplossingen In overleg met milieu- en monumentendeskundigen de verschillende wensen en maatregelen op elkaar afstemmen zonder aantasting van de monumentale waarden. Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria Voorafgaand aan het aanbrengen van ventilatievoorzieningen dient aangetoond te worden dat de ventilatie op natuurlijke wijze niet voldoende is. Bij het aanbrengen van kachels, ventilatie- of verwarmingsvoorzieningen dient eerst onderzocht te worden of de voorziening intern kan worden opgelost en of gebruik gemaakt kan worden van bestaande voorzieningen of afvoerkanalen. Bij monumenten kunnen nieuwe ventilatiekanalen de aanwezige interieurwaarden aantasten. Een nieuw kanaal mag dan ook geen gevolgen hebben voor het historisch casco of interieurwaarden. Indien er geen monumentale waarden in het geding zijn, kunnen ventilatievoorzieningen muurventilatieroosters, ontluchtingspijpen of andere ontluchtingssystemen in de achtergevel of het achterdakvlak aangebracht worden. Voor luchttoevoer kan in sommige gevallen in de gevel aan de buitenzijde een gemetseld rooster komen door het plaatsen van verticale bakstenen met daartussen open stootvoegen; aan de binnenzijde kan een rooster worden geplaatst. Bij het aanbrengen van installaties, waaronder mechanische ventilatie en CV, mag geen schade worden aangebracht aan historische waardevolle interieurs of constructieve elementen en het monumentale beeld niet wordt aangetast. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met sparingen, kabelgoten en leidingverloop en dergelijke. Buizen en verwarmingselementen dienen indien mogelijk uit het zicht geplaatst te worden, bijvoorbeeld in koven of in de vloeren. Een badkamer kan alleen in een historische ruimte gemaakt indien aangetoond wordt dat de ventilatievoorzieningen goed geïntegreerd kunnen worden in het monument en geen schade toebrengen aan de monumentale waarden. In ramen met hoge monumentale waarde mogen geen ventilatievoorzieningen of suskasten worden aangebracht. Het plaatsen van een aan of afzuigunit in een bovenlicht geplaatst is detonerend en kan alleen op locaties zonder beeldkwaliteit en/of monumentale waarden worden toegepast. Gezien de benodigde afvoercapaciteit van een afzuigunit is een gemetselde ventilatievoorziening niet toereikend en is een uitblaasrooster aan de buitenzijde noodzakelijk. Daarnaast zal de vervuilde lucht, met name bij de afvoer van keukens, het metselwerk vervuilen. Omdat roosters detonerende elementen zijn kunnen ze alleen worden toegepast bij gevels zonder beeldkwaliteit en/of monumentale waarden. Nadere informatie Moderne installatievoorzieningen onzichtbaar toegepast http://www.dwa.nl/uploads/File/artikelen/2010/Moderne%20installatietechnieken%20onzichtbaar%20toegepast,%20monumenten%20maart%202010.pdf 3.9.3 Comfort en duurzaamheids verbeterende installaties Definitie Comfort en duurzaamheids verbeterende installaties zijn installaties die het mede mogelijk maken dat een gebouw op een bepaalde wijze kan worden gebruikt, afhankelijk van de functie. Dit zijn bijvoorbeeld installaties gericht op verhoging van (woon)comfort of duurzaamheid. Te denken valt aan airco’s, zonnecollectoren en schotelantennes. Een volledig mechanisch ventilatiesysteem wordt in de regel gekoppeld aan een Warmte Terug Win systeem (WTW.) De aan- en afvoer van de lucht is daarbij mechanisch geregeld waarbij de inkomende ventilatielucht wordt verwarmd met de uitgaande lucht. Voor de zomer is wel een zogenaamde bypass aan te bevelen, die voorkomt dat de verse buitenlucht door de af te voeren lucht wordt voorverwarmd. Het is tevens van belang dat het ventilatiesysteem regelmatig wordt onderhouden om het binnenklimaat gezond te houden. Uitgangspunt Historische panden voldoen vaak niet meer aan de verhoogde wensen van deze tijd. Om het wooncomfort te verbeteren ontstaat de vraag het pand aan te passen. De ingrepen dienen afgestemd te worden op de bestaande monumentale waarden. Er dient gezocht te worden naar passende oplossingen voor het betreffende monument. Het gebruik van bepaalde installaties kan ten goede komen aan de energieduurzaamheid. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen installaties die bedoeld zijn om het energieverbruik te reduceren en installaties om energie mee te produceren. Bij reductie kan gedacht worden aan verwarmingssystemen zoals een Laag Temperatuur (Water) verwarming (LTW) of Warmte Terug Win systemen (WTW). Bij produceren moet men denken aan zonnecollectoren, zonneboilers en warmtepompen. Hieronder valt ook accumuleren, oftewel de opslag van energie zoals warmte (en koude) opslag. Onderzoek en analyse Onderzocht moet worden of er geen alternatieven beschikbaar zijn om de gebruikswens te bereiken. Schades, oorzaken en oplossingen Afhankelijk om welke onderdelen het gaat kan hiervoor advies ingewonnen worden bij specialisten. Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria Schotelantennes, windturbines, warmtepominstallaties en zonnecollectoren zijn uitsluitend toegestaanin en op monumenten, indien er geen monumentale waarden (fysieke zowel als visuele) worden geschaad. Bij het aanbrengen van airco’s, isolatievoorzieningen, afzuigkappen, en energieopwekkende installaties dient eerst onderzocht te worden of de voorziening kan worden opgelost door gebruik te maken van bestaande voorzieningen of afvoerkanalen. Deze voorzieningen mogen alleen in de achtergevel of het achterdakvlak aangebracht worden indien er geen monumentale waarden in het geding zijn en als de voorzieningen op een onopvallende manier zijn aangebracht en voldoen aan redelijke eisen van welstand. Hierbij dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met de beperkte afmeting, proportie, passende materialisatie, kleur en vormgeving. Aluminium voorzieningen zijn in verschillende kleuren verkrijgbaar. Roestvrijstalen voorzieningen kunnen gemoffeld worden in een bepaalde kleurstelling. Donkere tinten of donkergrijze kleuren passen vaak beter bij het bestaande dakvlak of muur. Installaties mogen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Bij het aanbrengen van installaties mag geen schade worden aangebracht aan historische waardevolle interieurs of constructieve elementen en het monumentale beeld niet wordt aangetast. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met sparingen, kabelgoten en leidingverloop en dergelijke. Het aanbrengen van GSM/UMTS-installaties als dakmasten (c.a. 5 meter hoog) op of aan kerktorens of hoge monumentale gebouwen is niet toegestaan. Micromasten (beperkte antennes voor hele kleine toepassingen en geïntegreerd in bestaande objecten) kunnen worden aangebracht, mits het monumentale beeld niet wordt aangetast. Het vervangen van bestaande installaties is alleen toegestaan als de nieuwe situatie aan bovenstaande criteria voldoet en hiervoor in het verleden een vergunning is verleend. Het aanlichten van monumenten is niet toegestaan. In beperkte gevallen is vanwege toerisme of veiligheid het aanlichten toegestaan. Brievenbussen, naamplaatjes, intercominstallaties, lampen, camera’s enzovoorts zijn alleen toegestaan indien deze de monumentale kwaliteit van het pand niet aantasten en geïntegreerd zijn in het architectonisch beeld. Deze mogen niet bevestigd worden in natuurstenen onderdelen. Voor het toepassen van zonwering en rolluiken zie houten kozijnen en deurpartijen. Nadere informatie Plaatsing van telecommunicatieapparatuur op, in en aan monumentale gebouwen http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_24-2003.pdf 3.9.4 Bedrijfsgebonden installaties Definitie Bedrijfsgebonden installaties zijn installaties die het mede mogelijk maken dat een gebouw op een bepaalde wijze door een bedrijf kan worden gebruikt, afhankelijk van de bedrijfstak. Dit zijn bijvoorbeeld installaties gericht op fabricage, arbeidsprocessen en toepassingen voor horeca. Te denken valt aan liften, productiestraten, koelmachines, luchtbehandelingsystemen en afzuiginstallaties. Uitgangspunt Voorafgaand aan een herbestemming of gebruikswijziging dient onderzocht te worden of het nieuwe gebruik passend is bij het monument en of er onaanvaardbare aantasting van de monumentale waarden noodzakelijk is. Indien een monument een andere functie krijgt dient grote zorg te worden besteed aan het wegwerken van de voorzieningen. Voorzieningen mogen echter geen monumentale onderdelen aantasten of ontsierend werken. Onderzoek en analyse Onderzocht moet worden of er geen alternatieven beschikbaar zijn om de gebruikswens te bereiken. Schades, oorzaken en oplossingen Afhankelijk om welke onderdelen het gaat kan hiervoor advies ingewonnen worden bij specialisten. Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria Bij het aanbrengen van beveiligingsinstallaties (bijvoorbeeld camara’s), koelmachines, luchtbehandelingsystemen, warmteheaters, ontgeuringsinstallaties of andere horecavoorzieningen dient eerst onderzocht te worden of de voorziening intern kan worden opgelost en of gebruik gemaakt kan worden van bestaande voorzieningen of schoorsteenkanalen. Deze voorzieningen mogen alleen in de achtergevel of het achterdakvlak aangebracht worden indien er geen monumentale waarden in het geding zijn en als de voorzieningen op een voldoende onzichtbare, onopvallende en gemaskeerde manier plaats vindt. Hierbij dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met de beperkte afmeting, proportie passende materialisatie, kleur en vormgeving. Installaties mogen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Bij het aanbrengen van installaties mag geen schade worden aangebracht aan historische waardevolle interieurs of constructieve elementen en het monumentale beeld niet wordt aangetast. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met sparingen, kabelgoten en leidingverloop en dergelijke. Reclame voorzieningen dienen geïntegreerd te zijn in de architectuur van het pand, dus geen afbreuk te doen aan de kwaliteit van het monument. Aan de reclames worden qua hoeveelheid, omvang en vormgeving hoge eisen gesteld, die tevens beperkingen inhouden om wildgroei te voorkomen. Omdat de waarde van historische panden zichtbaar en afleesbaar moet blijven, dient reclame een bescheiden en terughoudende toevoeging te zijn, ook qua grootte en vorm. Hier moet dan ook meestal worden volstaan met een toepassing van losse belettering. Voor nadere criteria zie welstandsnota, reclamebeleid, http://www.maastricht.nl/maastricht/show/id=147985 Historische reclame-uitingen die een cultuurhistorische waarde bezitten, dienen behouden te blijven. Het aanstralen van monumenten is niet toegestaan. In beperkte gevallen is vanwege toerisme of veiligheid het aanlichten toegestaan. Het aanbrengen van feestverlichting is niet mogelijk. In uitzonderlijke gevallen is dit alleen mogelijk op feestdagen, beperkt van omvang en niet knipperend. De bevestigingspunten mogen geen schade toebrengen aan het monument. Het aanbrengen van liften in een monumentaal gebouw is niet toegestaan. Bij publiekstoegankelijke gebouwen kan een lift worden toegestaan indien de noodzaak is aangetoond en geen afbreuk wordt gedaan aan de monumentale kwaliteit (inclusief hoofdconstructie met moerbalken en kinderbinten) en het architectonisch ontwerp. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de liftopbouw en de liftput. Nadere informatie N.v.t. 3.9.5 Duivenwering Definitie Met ‘duivenwering’ worden middelen bedoeld die ingezet kunnen worden om de schade die duiven veroorzaken zo efficiënt mogelijk te beperken of te voorkomen. Uitgangspunt De uitwerpselen van duiven bevatten veel ammoniak, die schadelijk is voor veel steensoorten, stucwerk en metalen. Duiven dienen geweerd te worden bij monumentale gebouwen. Onderzoek en analyse Onderzocht moet worden hoe groot de overlast is en of er geen alternatieven beschikbaar zijn om het gewenste effect te bereiken. Schades, oorzaken en oplossingen Mogelijke schades Nitraatbesmetting Mogelijke oorzaken Door uitwerpselen van duiven Mogelijke oplossingen Regelmatig ontdoen van vogelmest Behandeling om aantasting te herstellen Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria Om overlast van duiven te voorkomen is het mogelijk de duiven te verjagen met behulp van valken, ze te vangen door vangkooien of door het plaatsen en beheren van duiventillen. Indien dit niet mogelijk is, dient een duivenweringssysteem gekozen te worden dat verfijnd is uitgevoerd met een zo weinig mogelijk opvallende de montage. Het spannen van draden op de betreffende locaties is hier een voorbeeld van. Het gebruik van lijmstroken of lijmpasta is bij monumenten niet toegestaan omdat dit het materiaal kan aantasten en niet reversibel is. Het gebruik van metalen vogelnetten is niet toegestaan omdat dit afbreuk doet aan het monumentale beeld. Nadere informatie Overlast door duiven: http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_09-2000.pdf

Rechtspraak bij dit artikel