Definitie
Brandveiligheid is zeer belangrijk bij het gebruik van monumenten. Bij wijzigingen in functie of bij herbestemming is het noodzakelijk deze veiligheidsaspecten zorgvuldig te onderzoeken.
Brandvoorschriften zijn vastgelegd in het bouwbesluit. De overheid stelt zich ten doel het aantal (dodelijke) slachtoffers door brand zo veel mogelijk te beperken. De voorschriften in het Bouwbesluit zijn gericht op de volgende zaken:
De kans beperken dat een brand kan ontstaan, zich kan ontwikkelen of zich kan uitbreiden;
Zorgen dat de mensen die zich in een brandend bouwwerk bevinden, tijdig een veilige plaats kunnen bereiken;
Een eventuele brand, met behulp van de brandweer, zoveel mogelijk beperken tot het eigen perceel.
Uitgangspunt
Het Bouwbesluit en het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken stelt eisen aan gebouwen met betrekking tot het gebruik in relatie tot de brandveiligheid. Bij monumenten kan het soms moeilijk zijn om aan deze eisen te voldoen. Om tegemoet te komen aan de eisen van brandwerendheid moet gezocht worden naar oplossingen waarbij geen of zo min mogelijk monumentale onderdelen worden aangetast. Voorafgaand aan een herbestemming of gebruikswijziging dient onderzocht te worden of het nieuwe gebruik passend is bij het monument en of er onaanvaardbare aantasting van de monumentale waarden noodzakelijk is.
Onderzoek en analyse
Daar bij het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken uitgegaan wordt van het gelijkwaardigheidsbeginsel, dient onderzocht te worden welke maatregelen zo min mogelijk schade berokkenen aan de monumentale waarden van het gebouw.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Verloren gaan van monumentale details door brandveilige aftimmeringen
Esthetische aantasting door aanbrengen van brandveiligheidsvoorzieningen (sleutelkluizen, brandslanghaspels, noodverlichting, brandmelders, brandtrappen, droge blusleidingen en rook- warmteafvoer, etc.)
Mogelijke oorzaken
Verandering van functie
Mogelijke oplossingen
In overleg met de gemeente moet bepaald worden welke mogelijkheden er zijn om waardevolle onderdelen te behouden.
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Brandwerende voorzieningen dienen reversibel te worden uitgevoerd.
Het plaatsen van brandtrappen is alleen mogelijk indien deze op een wijze kunnen worden aangebracht waarbij de monumentale waarde van het pand niet wordt aantast. Bij voorkeur dienen de trappen op de minst zichtbare plekken van het pand te worden aangebracht. Een tweede vluchtroute dient bij voorkeur intern te worden opgelost.
Het aanbrengen van sprinklerinstallaties heeft vanwege de relatief beperkte aantasting van de ruimte de voorkeur op het aanbrengen van brandwerende betimmeringen of brandwerende verf- of pleisterlagen.
Waardevolle historische deuren mogen niet zonder meer worden vervangen door brandwerende deuren. Oplossingen als strips in de sponning die bij brand opschuimen en eventuele bekleding van (30 – 60 minuten) brandwerende beplating kunnen vaak reeds voldoende brandwerend zijn en dienen gezien het maatwerk onderzocht te worden.
Monumentale trappen mogen alleen worden bekleed met brandwerende materialen, indien er geen monumentale waarden in het geding zijn.
Gietijzeren en stalen onderdelen mogen alleen met brandwerende verf worden behandeld, als daarmee de expressie van aanwezige detaillering niet verloren gaat.
Brand- en rookmelders of sprinklerinstallaties in historische vertrekken dienen zo veel mogelijk geplaatst te worden op de minst zichtbare plekken, zonder daarbij schade aan het monument te brengen.
Nadere informatie
Brandbeveiliging in molens
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_20-2000.pdf
Hoofdstuk 3
Artikel 3.8