Sinds een aantal jaar wordt niet alleen ingezet op een strafrechtelijke en fiscale aanpak, maar is ook bestuursrechtelijk optreden een belangrijk instrument geworden in het tegengaan van ondermijning. Eén van de instrumenten die gemeenten tot hun beschikking hebben, is het introduceren van een vergunningstelsel. De gemeenteraad maakt hiervoor gebruik van haar autonome verordende bevoegdheid en geeft, in het belang van de openbare orde, veiligheid en/of leefbaarheid, de burgemeester de bevoegdheid tot het introduceren van een vergunningplicht. Net zoals al jaren een vergunningplicht bestaat voor het exploiteren van een horecazaak of een coffeeshop, kan de burgemeester dan ook een vergunning verplichten voor branches die kwetsbaar zijn voor criminele inmenging of voor gebieden die qua leefbaarheid en veiligheid onder druk staan. Het betreft hier dus geen vergunningplicht in het belang van economische ordening, maar primair in het belang van openbare orde en veiligheid.
In artikel 2.54b Algemene Plaatselijke Verordening 2019 (hierna: APV) is opgenomen dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om via een aanwijzing een vergunningplicht te bepalen voor gebouwen, gebieden of branches om een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat tegen te gaan.
Artikel 1.1