Ondermijningsindicatoren als toetsingskader
De burgemeester wijst uitsluitend een gebouw aan als in of rondom dat gebouw naar zijn oordeel de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat of komt te staan. Om dat inzichtelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van zogenoemde ondermijningsindicatoren. Dat zijn constateringen die op een meetbare, objectieve en concrete wijze inzichtelijk maken hoe de openbare orde en/of leefbaarheid vanuit een pand wordt aangetast. Een voorbeeld van een ondermijningsindicator is het plaatsvinden van ernstige criminele feiten, wat aanleiding kan zijn om een vergunningplicht op het gebouw te leggen.
Ondermijningsindicatoren worden onderverdeeld in objectief zware, objectief lichte en aanleidingsindicatoren. De objectieve ondermijningsindicatoren zijn duidelijke indicaties van de aantasting van de openbare orde, veiligheid of leefbaarheid, waarbij de objectief zware indicatoren duiden op een grotere aantasting dan de objectief lichte indicatoren. De objectieve indicatoren zijn ook vaak onderbouwd door middel van systeemgerichte data. De aanleidingsindicatoren zijn vooral subjectieve waarnemingen die niet direct hoeven te duiden op criminele activiteiten, maar die wel opvallen en aanleiding zijn voor nader onderzoek van het pand. Deze worden ook wel aangeduid als indicatoren voor nader onderzoek.
Hieronder is een onderverdeling van de indicatoren opgenomen (deze lijst is niet limitatief):
Objectief zwaar
Objectief licht
Aanleidingsindicatoren
Zware overtredingen wet- en regelgeving (zoals bv. illegale wapen(s), arbeidsuitbuiting, witwassen, Opiumwet, zware gewelds- en zedendelicten, Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 en overtredingen van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT)
Overtredingen wet- en regelgeving die in relatie staan tot het bedrijf en/of de bedrijfsvoering (zoals ondeugdelijke administratie, overtredingen Digitaal Opkopers Loket, geen inschrijving Kamer van Koophandel, milieueisen, strijdigheid bestemmingsplan, energiefraude, etc.)
Exploitant heeft antecedenten m.b.t. andere overtredingen wet- en regelgeving
Het faciliteren van criminele activiteiten
Bedrijf is ontmoetingsplaats van personen met antecedenten
Veel klandizie met antecedenten
's Avonds en 's nachts werkzaamheden
Overlast (door bezoekers of de onderneming/ondernemer zelf)
Rommel rondom het bedrijf
Voor de branche bijzondere afwijkingen (denk aan juist geen afval)
Veel camera’s in en om het pand
Pand afgeschermd
Leegstaand pand
Pand is opgesplitst en/of vernummerd
Kwetsbare wijk
Risicobranche
Intimiderend gedrag van ondernemer en/of werknemers
Politie en toezichthouders zijn niet welkom of krijgen onvoldoende medewerking bij controles / weigerachtige houding bij inzicht geven in administratie
Onduidelijk economisch bestaansrecht
Weinig klandizie
Afwijkende openingstijden
Veel doorstroom in pand, tijdelijke huurconstructies of onderhuurconstructies
Ongebruikelijke/ onverantwoorde financieringen of investeringen
Afwijkende voorraad (bv. dure auto's)
Onduidelijke, ondoorzichtige organisatiestructuur
Niet duidelijk wie de zeggenschap over de onderneming heeft en/of wie de uiteindelijke begunstigde is
In bedrijf wordt veelal gewerkt met contante betalingen
Het nemen van een aanwijzingsbesluit op het pand geschiedt aan de hand van onderstaand indicatorenschema:
Objectief zwaar = vergunningplicht
Objectief licht (minimaal 3*) = vergunningplicht
Aanleidingsindicatoren (minimaal 3) = nader onderzoek
* Drie verschillende overtredingen worden geteld als drie indicatoren en dat maakt een pand vergunningplichtig.
Beoordeling ondermijningsindicatoren
In beginsel tellen de objectief zware indicatoren zwaarder mee in de beoordeling dan de objectief lichte indicatoren. De objectief zware indicatoren kunnen op zichzelf of cumulatief (met objectief licht of aanleidingsindicatoren) leiden tot een aanwijzingsbesluit op het pand. De objectief lichte indicatoren kunnen slechts cumulatief leiden tot een aanwijzingsbesluit op het pand. De aanleidingsindicatoren, ofwel indicatoren voor nader onderzoek, zijn vooral subjectieve waarnemingen. Op zichzelf zijn de aanleidingsindicatoren niet genoeg om een vergunningplicht op het pand te leggen. Wel geven deze indicatoren aanleiding tot het doen van nader onderzoek en kunnen ze, als in het bedrijf of pand ook sprake is van objectieve indicatoren, gebruikt worden als extra onderbouwing.
Maatwerk
Met de aanwijzing op het pand kan maatwerk worden geboden, en worden andere ondernemers, voor zover dat niet nodig is, niet in de aanwijzing betrokken. Een aanwijzing die specifiek op een bepaald pand is gericht, kan dan juist proportioneel en gerechtvaardigd zijn. Wel blijft de vergunningplicht op het pand rusten, ook als de zittende onderneming vertrekt.
Artikel 2.2