In dit beleidsplan is ervoor gekozen om uitvoering te geven aan handhaving binnen het sociaal domein middels de cirkel van naleving. De cirkel van naleving is onderdeel van het concept van ‘hoogwaardig handhaven’. Wij sluiten hiermee aan bij de visie van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) en Divosa. Het kenmerkende onderscheid van hoogwaardig handhaven is het traditionele uitgangspunt dat handhaven en alles wat daaronder valt wordt belegd bij een organisatieonderdeel, ruimte gaat maken voor een vernieuwde handhavingsaanpak waarbij handhaving als een afdeling overschrijdende taak wordt opgepakt met nadruk op preventie. Uitgangspunt van hoogwaardig handhaven is dat voorlichting, dienstverlening, controle en sancties alle vier voldoende voorkomen en goed op elkaar afgestemd zijn om effectief en efficiënt te kunnen handhaven. Het biedt een mix van preventie en repressie, in balans met elkaar. Het concept hoogwaardig handhaven bevat vier visie-elementen, die ieder op hun beurt bijdragen aan het vergroten van de 'nalevingbereidheid' van onze inwoners. We noemen dit de ‘cirkel van naleving’. In de cirkel van naleving staan preventie (voorkomen) en repressie (bestraffen) centraal. Een effectief handhavingsbeleid bestaat uit een samenspel van preventieve en repressieve activiteiten. Daarnaast geeft het handvatten voor de afweging tussen verschillende publieke waarden bij de inzet van handhaving.
Bron: Divosa ‘Een betere samenleving door naleving’.
4.2.1 Duidelijke voorlichting en controle aan alle poorten
Met een duidelijke voorlichting over wat wij als gemeente verwachten aan kwaliteit en rechtmatigheid van voorzieningen in het sociaal domein, zetten we in op het voorkomen van misverstanden en fouten. Veel kwaliteitsverbeterpunten en onrechtmatigheden ontstaan namelijk niet bewust, maar zijn het gevolg van onduidelijke verwachtingen of een gebrek aan kennis van de inwoner en/of (zorg)aanbieders. Met de duidelijke voorlichting en controle aan de poorten voorkomen we zoveel mogelijk kwaliteitsverbeterpunten en onrechtmatig verstrekte voorzieningen. Hierdoor voorkomen we dat kwetsbare inwoners niet de kwalitatieve Wmo-, Jeugd- of Participatiewetvoorziening krijgen die wij voor hen verwachten. Daarnaast continueren we de controle aan de poort voor de uitvoering van de Participatiewet en blijven we onze inwoners voorlichten over de rechten en plichten die horen bij het ontvangen van een bijstandsuitkering en de consequenties van het niet naleven hiervan. We intensiveren ook de controle aan de poort voor de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet door de toegang tot maatwerkvoorzieningen waar mogelijk te verbeteren. We willen bijvoorbeeld de eisen aan PGB vaardigheid aanscherpen en zorgen voor smart resultaatafspraken met zorgaanbieders in de voorwaarden van zorgplannen en beschikkingen.
Daarnaast is het van belang om transparant te zijn en inwoners te informeren over handhavingsacties en de behaalde resultaten. Hier gaat een preventieve werking van uit. Ook het zichtbaar maken van handhaving is van belang voor het maatschappelijk draagvlak voor de uitvoering van gemeentelijke wetten en taken.
4.2.2 Optimalisering dienstverlening
Er kunnen signalen van onrechtmatigheid en kwaliteitsverbeterpunten zijn tijdens het aanvraagproces van een gemeentelijke voorziening, maar ook bij tussentijdse gesprekken over verstrekte voorzieningen. Het is belangrijk dat deze signalen altijd en zo snel mogelijk bij de uitvoeringsmedewerkers of de toezichthouders van onze gemeente terechtkomen. Een integrale werkwijze van onze medewerkers is hierbij van groot belang. Naast het stoppen van fraude kan het bespreken van het signaal ook leiden tot het kenbaar maken van een ondersteuningsbehoefte, zoals bijvoorbeeld in het geval van schuldenproblematiek.
Het is van belang dat we als organisatie een gezamenlijke visie uitdragen en eenduidig zijn in de boodschap die we naar buiten brengen. Een betrouwbare overheid die ‘zegt wat ze doet en doet wat ze zegt’. Op die manier is duidelijk wat er van de gemeente verwacht mag worden en wat de gemeente verwacht van haar inwoners. Dit voorkomt de kans op fouten en fraude en bevordert de nalevingsbereidheid.
4.2.3 Vroegtijdige detectie en afhandeling
Controle op maat betekent meer controle in situaties waar het nodig is en minder controle in situaties waar de kans op fraude gering is. In het kader van controle op maat worden instrumenten ingezet zoals: signaalonderzoeken, opstellen van risicoprofielen en huisbezoeken. Gerichte controles kunnen de schadelast voor inwoners en gemeente beperken doordat eventueel misbruik van voorzieningen tijdig wordt gesignaleerd. Dit kan zowel binnen de Wmo, Jeugdwet als Participatiewet toegepast worden.
Het is van belang om regelmatig te controleren of de geleverde ondersteuning overeenkomt met de ondersteuning
die is toegekend. Niet alleen om fraude op te sporen maar ook om de kwaliteit te verbeteren en onrechtmatigheden te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan aan de hand van periodieke herbeoordelingen of themaonderzoeken. Dit geldt in ieder geval voor onderzoeken binnen de Participatiewet. Binnen de Wmo en de Jeugdwet wordt ervoor gekozen om in eerste plaats vooral in gesprek te blijven met (zorg) aanbieders. Op het gebeid van voorzieningen in de zorg is het belangrijk om een open communicatie te hebben. Daarnaast kunnen risicoanalyses worden uitgevoerd om mogelijke fraude op te sporen. Mochten er signalen van fraude zijn, dan zal hier streng op gehandhaafd worden.
Fraudealerte medewerkers en opmerkzame inwoners moeten ergens terecht kunnen wanneer zij vermoeden dat er sprake is van fraude. Er is daarom een centraal meldpunt opgericht waar signalen en vermoedens van fraude en/of oneigenlijk gebruik gemeld kunnen worden. Dit geldt voor de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet. Het meldpunt is momenteel belegd bij de afdeling handhaving. Via het KCC of eigen medewerkers komen signalen van fraude binnen. Met het team van handhavers worden deze signalen beoordeeld en waar nodig een onderzoek ingesteld. Het is van belang dat er altijd een terugkoppeling wordt gegeven van hoe de melding is opgepakt en wat er uit is gekomen. Dit draagt dit bij aan de bereidheid om ook in de toekomst meldingen te blijven doen en op die manier dragen we zorg voor een effectieve detectie en repressie van fraude
4.2.4 Daadwerkelijk sanctioneren (Handhaving op maat)
Ook bij onze handhaving zetten wij de inwoner centraal. We bekijken per casus op welke manier we het beste effect bereiken voor de zelfredzaamheid van inwoners voor de lange termijn. Voor inwoners met een uitkering is dit het effect dat een inwoner (naar vermogen) aan het werk gaat. En voor inwoners met een Jeugd- of Wmo-voorziening is dit het effect dat zij zo snel mogelijk de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. We kijken breed naar alle mogelijke oplossingen om een bestaande ongewenste situatie om te buigen en kiezen vervolgens voor de meest kansrijke oplossing om het gewenste effect te bereiken. In deze brede afweging nemen we naast de gevolgen voor de inwoner ook het rendement voor onze gemeente en de mogelijkheden die de wet biedt mee. In de oplossing om gewenste effect te bereiken, bieden we maatwerk. Maatwerk is niet per definitie een zachte aanpak, maar kan ook de inzet van stevige handhavingsmaatregelen betekenen. Indien een inwoner bewust misbruik maakt van een overheidsvoorziening of -verstrekking om financieel gewin te verkrijgen, dan noemen we dit bewuste fraude. In dat geval kiezen we voor ‘lik op stuk’ en maken we gebruik van stevige handhavingsmaatregelen. Op deze manier maken we duidelijk dat fraude in onze gemeente onacceptabel is. Dit heeft zowel een preventieve als repressieve werking. Als een inwoner onbewust gebruik maakt van een overheidsvoorziening of -verstrekking waar hij geen recht op heeft, dan noemen we dit een fout. Voor fouten geldt dat het in de meeste gevallen niet effectief is om stevige handhavingsmaatregelen te treffen. Vaak is het bespreekbaar maken van de fout voldoende om de onrechtmatigheid te stoppen en recidive te voorkomen. De Wetenschappelijke Raad (2017) voor het regeringsbeleid onderschrijft in haar rapport: ‘Weten is nog geen doen’, dat de zelfredzaamheid van inwoners vaak wordt overschat. Het is belangrijk om hier aandacht voor te hebben en om een menselijke maat te hanteren bij het sanctioneren van fraude.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2