** 1. .** Inleiding
In het beleidsplan zon en wind dat de raad op 28 februari 2021 heeft vast gesteld, is de voorkeur aangegeven voor een ontwikkeling van grootschalig zonne- en windenergie aan de zuidrand van Buren, als inbreng bij de regionale afstemming in de zoekgebieden voor de ontwikkeling van RES 1.0. Meer specifiek gaat het dan om een ontwikkeling langs de A15 en het energiepark bij Medel.
Bij de behandeling op 28 januari heeft de raad bij motie ook gevraagd om een nadere precisering van de zoekgebieden. Dat kan door de zoekgebieden onderling nader te prioriteren en te zoneren. Daar willen we hierbij aan voldoen en wel vanuit het beeld dat het raadsbesluit feitelijk over drie deelgebieden gaat. In bijlage 4 is een kaart weergeven waarop deze deelgebieden te zien zijn. Het betreft dan het gebied naast het gebied Medel en de omgeving van de A15, feitelijk:
A15 Oost
A15 West
Verder gaan we in dit voorstel in op het inpassen van windenergie in de omgeving. Dat doen we vanuit de visie dat het bij windenergie eerder gaat om het toepassen, in plaats van het inpassen van windenergie. Tevens geven we dan een aantal ruimtelijke voorbeelden van verschillende windopstellingen. Wat wenselijk is, is echter in de praktijk vaak ook afhankelijk van de mogelijkheden vanuit “hindercontouren” van een specifieke locatie.
** 2. .** De zoekgebieden
In het concept RES-bod en de verdere meer recente regionale verkenningen, zoals die tot op heden zijn gedaan, zijn denkrichtingen opgenomen en verder uitgewerkt. Dit is gedaan vanuit een ruimtelijke afweging waarbij de visie is dat ruimtelijke grote vensters tussen de verschillende parken opgehouden moeten worden en hier het sterker ontwikkelde Lingelandschap als zichtlijn opengehouden moet worden. Zo blijft de relatie met het landschap behouden als ruimtelijke keuze in deze RES. Dat openhouden heeft betrekking op het deel A15 West, dat overigens ook meer bebouwing kent dan het deel A15 Oost. Het zoekgebied A15 Oost sluit daarnaast aan op bestaande windturbines in Buren en een gepland project van de gemeente Neder-Betuwe om het bestaande windturbinepark aldaar te her ontwikkelen.
Wat dat betreft past A15 Oost in de algemene regionale beelden zoals die naar voren komen in de RES, als onderdeel van het RES-bod, en de eerdere inwonersronde van september 2020:
De koppeling aan infrastructuur, met nadruk op A15/Betuwelijn..
Ruimtelijke lijnen die de oost-west richting benadrukken.
Het voorstel is dan ook: Inzetten op A15 Oost en A15 West in “reserve” te houden.
Verder geeft het zon- en windbeleid aan dat het noodzakelijkerwijs gaat om een mix van zonne- en windenergie, en dat Buren vanuit het landelijke en provinciale beleid geacht wordt aan beiden bij te dragen. Buren kiest er in haar beleidsplan ook voor die grootschalige ontwikkelingen vanuit ruimtelijke overwegingen te bundelen met de ruimtelijke infrastructuur A15 en Betuwe, die ook zelf als energiecorridor tot ontwikkeling gebracht gaan worden vanuit regionale samenwerking met Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail. Daarbij is op te merken dat de ontwikkeling van A15 Oost ook aansluit bij een zoekgebied van Neder-Betuwe en dat mogelijk ook vanuit de provincie gezien kan worden als één ontwikkelingsgebied. Daarbij heeft bundeling van zonne- en windenergie ook vanuit Liander een voordeel als het gaat om het delen van leidingen, het zogenaamde Cabelpooling.
Dat resulteert dan ook in het voorstel om van het eerder voorgestelde zoekgebied, A15 West nu niet in de verdere ontwikkeling te betrekken voor RES 1.0 en meer specifiek in te zetten op A15 Oost en Medel en omgeving. Het blijft als zodanig wel een optie om dit gebied op termijn alsnog als zoekgebied in de ontwikkeling van zonne- en windenergie te betrekken.
Ten aanzien van Medel en omgeving is op te merken dat de mogelijkheden van dit zoekgebied nu in onderzoek zijn, maar dat het gebied voor Buren vooralsnog, voor wat betreft de potentie voor zonne- en windenergie, beperkt lijkt. Dat onderzoek wordt nu (maart 2021) uitgevoerd in samenwerking met de gemeente Tiel en met de gemeente Neder-Betuwe. We verwachten het eind rapport nog voor de zomer te ontvangen. Dit onderzoek is mede nodig, omdat de ontwikkeling van zonne- en windenergie bezien moet worden binnen de verdere ontwikkelingsplannen van het bedrijvenpark Medel.
** 2.1 .** De zonering
Het gaat hierbij overigens om globale indicatie waarbij het duidelijk wordt, dat er afstand tot de N320 gehouden wordt om niet te dicht op de kernen Aalst en Lienden te komen. Als we dan het wegenplan zouden volgen in samenhang met de perceelindeling kan dat neerkomen op de aanduiding van het zoekgebied, zoals is weergeven in bijlage 4. Deze ruimtelijke opzet is nodig om de inpassing van grootschalig zonne- en windenergie mogelijk te maken, rekening houdend met de aanwezigheid en (wettelijke) afstand tot bebouwing, bedrijvigheid, infrastructuur en dergelijke. Ook geeft een wat ruimer gebied de mogelijkheid dat voldoende grondeigenaren bereid gevonden worden deel te nemen en kan ook makkelijker aan inpassingvoorwaarden voldaan worden.
** 3. .** Het toepassen van wind
Hier geven we een toelichting op het toepassen, in plaats van het inpassen, van windenergie. Hiervan is sprake aangezien bij windenergie het ruimtelijke effect in het Rivierenland zo nadrukkelijk aanwezig is, dat van inpassing feitelijk geen sprake is. Moderne windturbines ontstijgen namelijk de schaal van dit landschap en hebben dus maar weinig tot geen relatie met het maaiveld. Ze kunnen in bepaalde opstellingen de lijnen of structuur in het landschap benadrukken, maar als je het hebt over maat en schaal van het landschap kunnen ze zich in Rivierenland eigenlijk alleen meten met de grootschalige infrastructuur, als van de A15 en de Betuwelijn. Omdat ze groot zijn, hebben ze een enorme grote ruimtelijke impact. In bijlage 1 zijn ook twee kaarten toegevoegd waarin de natuurwaarden en de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente zijn weergeven en waarin de verdere precisering van de zoekgebieden te zien zijn.
Zo kan bij de positionering van windenergie gekeken worden naar de ruimtelijke werking in relatie tot zichtlijn en dergelijke, en in die zin kan gesproken worden van “toepassen”. Vanuit de RES is het streven een zo rustig mogelijk landschappelijk beeld te creëren. Dus een streven naar eenheid in opzet en uitstraling. Dat betekent bijvoorbeeld dat als ergens al turbines op een lijn staan, daarnaast een cluster gesitueerd kan worden of een lijn haaks op die richting.
Het is vervolgens ook per project maatwerk ten aanzien van de mogelijkheden en onmogelijkheden van een gebied. Zo zijn er ook hindercirkels vanwege het feit dat er afstand moet worden gehouden ten opzichte van woningen, infrastructuur en andere bestemmingen. Afhankelijk van de werkelijke beschikbare ruimte kan dan gekeken worden naar een of meerdere, van de ontstaande, inrichtingsopties. Wat dat betreft vraagt elk project een eigen ruimtelijke onderbouwing ten aanzien van de mogelijke inrichtingsoptie. Via het participatie plan (zie voorstel participatie kader) zullen omwonenden daarbij een betrokken worden. Via dat plan en een eventuele MER moet ook ingegaan worden op de mogelijke impact van hinder als slagschaduw en laag frequent geluid.
Of in de bewoordingen van het bureau Feddes Olthof, het bureau dat ook de ruimtelijke onderbouwing voor de RES verzorgt:
“In onze benadering van duurzame energie opwek in de vorm van zon en wind gaan we zoveel mogelijk uit van de kansen en mogelijkheden die het landschap biedt. De randvoorwaarden en beperkingen die van toepassing zijn, zijn van groot belang voor de haalbaarheid van projecten, maar leiden niet vanzelfsprekend tot een gewenst ruimtelijk beeld. Wanneer we de resterende potentiële ruimtes volledig aan de markt overlaten dan ontstaat een willekeur aan windparken, waarbij de gekozen opstelling vooral voortkomt uit economisch gewin. Om te voorkomen dat dit gebeurt, hebben we een landschappelijk verhaal nodig. Nu is het probleem met de huidige generatie turbines dat die de schaal van dat landschap overstijgen. Ze hebben een relatie meer met ‘beneden’ en kunnen zich qua maat en schaal eigenlijk alleen meten met grootschalige infrastructuur. Daarom is een focus op de A15/Betuwelijn een logische.
De turbines worden ook steeds hoger. Tiphoogtes (rotor + masthoogte) van 200 meter en hoger zijn niet langer uitzonderlijk. Deze hoogtes zijn lastig in te schatten, omdat er amper vergelijkbare elementen in het landschap staan. Met dat ze hoger worden neemt de impact in beeld natuurlijk wel toe. Tegelijkertijd brengen ze ook meer op en zijn er relatief minder van nodig. Je kunt turbines dan eigenlijk ook niet inpassen. Het is beter te spreken over toepassen. Zo kunnen de turbines een bijzonder punt markeren of een landschappelijke lijn of richting benadrukken. Om een zo rustig mogelijk landschappelijk beeld te creëren is het zaak heldere plaatsingsprincipes te hanteren en voldoende onderlinge afstand tussen windparken te creëren. Wanneer parken te dicht op elkaar staan leidt dat tot een verstoord beeld, interferentie. Dit pleit ervoor om te kiezen voor minder, maar dan wel grotere parken met hoge turbines op voldoende afstand van elkaar.”
Er zijn drie types opstellingen mogelijk: lijnen, rasters en clusters (zie toelichting). De bijbehorende principes dienen zo zuiver mogelijk te worden toegepast. Eenheid in vormgeving van de windturbines per opstelling (afmeting, type en kleur) draagt bij aan een rustige uitstraling. Een verhouding tussen masthoogte en rotordiameter van 1:1 wordt esthetisch als beste verhouding beschouwd.
Lijnen
Een lijnopstelling bestaat uit 3 of meer turbines. Bij een lijnopstelling moet de onderlinge afstand gelijk zijn en is verspringing van turbines uit de lijn slechts zeer beperkt mogelijk.
Afbeelding 1: lijnopstelling (bron: BoschSlabbers landschapsarchitecten)
Rasters
Bij een rasteropstelling dienen de turbines in twee (of meerdere richtingen) in een rij te staan. Een raster bestaat uit minimaal 6 turbines. Fraaie rasteropstellingen zijn vrij lastig te realiseren. Het vraagt veel ruimte en komt heel precies.
Afbeelding 2: rasteropstelling(Bron: BoschSlabbers landschapsarchitecten)
Clusters
Een clusteropstelling is een meer vrije opstelling en kent daarom meer flexibiliteit. Van belang is dat de opstelling altijd compact is en dat het ontstaan van lijnen binnen het cluster voorkomen dient te worden. Een cluster bestaat uit minimaal 3 turbines.
Afbeelding 3: clusteropstelling (Bron: BoschSlabbers landschapsarchitecten)
Artikel 2:
De zoekgebieden en het toepassen van wind
Onderdeel van Ruimtelijke kaders Zon en wind 2021