Een vergunning kan in bijzondere gevallen door het college worden overgedragen aan een andere natuurlijke persoon. Onder bijzondere gevallen wordt in iedere geval verstaan:
Wanneer een vergunninghouder zijn onderneming (gedeeltelijk) staakt.
Wanneer een vergunninghouder de op dat moment geldende pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
Wanneer een vergunninghouder door arbeidsongeschiktheid zijn of haar standplaats zelf niet meer kan innemen.
Wanneer een vergunninghouder komt te overlijden.
Een standplaatsvergunning kan worden overgedragen aan de volgende natuurlijke personen:
de echtgenoot of echtgenote van de vergunninghouder.
de geregistreerde partner van de vergunninghouder.
een bloedverwant in de eerst of tweede graad van de vergunninghouder.
een meerderjarige medewerker, mits een arbeidsovereenkomst kan worden overlegd en de medewerker langer dan 1 jaar in dienst is, of de mede-eigenaar van het bedrijf van de vergunninghouder.
Een aanvraag tot het overdragen van een vergunning moet binnen drie maanden na de gebeurtenis zoals genoemd in artikel 1 lid a tot en met c worden ingediend.
Het overdragen van de vergunning heeft geen invloed op de inhoud van de vergunning anders dan de het wijzigen van de vergunninghouder.
De vergunning wordt overgedragen voor ten hoogste de resterende termijn waarvoor de vergunning is afgegeven.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Overdragen vergunning
Onderdeel van Nadere regels standplaatsen gemeente ’s-Hertogenbosch