De vergunninghouder neemt de vaste of seizoensstandplaats die hem/haar is toegewezen persoonlijk in en mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.
In het geval dat de vergunning is verleend aan een bestuurder van een rechtspersoon, dan mogen de andere bestuurders van die rechtspersoon ieder voor zich de standplaats innemen.
In het geval dat de vergunning is verleend aan een vennoot in een vennootschap onder firma (VOF), dan mogen de andere vennoten van die VOF ieder voor zich de standplaats innemen.
Het college kan, op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1, ten behoeve van een in dat verzoek met naam genoemde natuurlijk persoon of rechtspersoon.
In de ontheffing, bedoeld in het vierde lid, wordt één natuurlijk persoon als waarnemer vermeld. De waarnemer moet een handelingsbekwaam natuurlijk persoon zijn die de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt en:
de echtgenoot of echtgenote van de vergunninghouder is.
de geregistreerde partner van de vergunninghouder is.
een kind van de vergunninghouder is.
een meerderjarige medewerker van de vergunninghouder is, mits een arbeidsovereenkomst kan worden overlegd.
Een ontheffing wordt in ieder geval niet verleend voor een beoogd waarnemer die zich in de periode van een jaar voorafgaand aan de indiening van een aanvraag om ontheffing aantoonbaar schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog op de standplaats.
Een vergunninghouder die zijn vaste standplaats laat waarnemen blijft hoofdelijk aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inrichting van de standplaats en voor de naleving van deze nadere regels en vergunningvoorschriften door de waarnemer.
Een waarnemer treedt op namens de vergunninghouder en verhandelt namens de vergunninghouder de waren van de vergunninghouder. De waarnemer handelt overeenkomstig het bepaalde in deze nadere regels.
Een ontheffing als bedoeld in het lid 4 kan maximaal worden verleend voor de periode dat de vergunning geldig is.
Eenieder die een vaste – of seizoensstandplaats bezet of wenst te bezetten dient op eerste aanvraag tegenover de toezichthouder, zoals bedoeld in artikel 34 te kunnen aantonen, dat de persoon de vergunninghouder is of als waarnemer van de vergunninghouder optreedt en toestemming heeft om een standplaats op de markt in te nemen.
Het verzoek om ontheffing zoals bedoeld in lid 4 bevat tenminste:
de achternaam en voornamen, de geboortedatum en -plaats van de waarnemer.
de markt waar de waarnemer mag waarnemen voor de vergunninghouder.
de datum van de ingang van de waarneming.
de datum van het einde van de waarneming.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan onder bijzondere omstandigheden en uitsluitend op aanwijzing van het college, de vergunninghouder gehouden zijn een andere plaats in te nemen dan de vaste of seizoensstandplaats die hem/haar is toegewezen. Een door het college aan te wijzen plaats kan een locatie zijn die niet voorkomt op de standplaatsenlijst zoals bedoeld in artikel 5. Onder bijzondere omstandigheden worden in ieder geval – maar niet uitsluitend – begrepen: grondwerken, verbouwingen, (de vrees voor) calamiteiten of openbare ordeverstoringen, de gezondheid of veiligheid bedreigende situaties.
Hoofdstuk 2
Artikel 9.
Innemen standplaats en waarneming
Onderdeel van Nadere regels standplaatsen gemeente ’s-Hertogenbosch