Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1.

Artikel 1.14

Afwatering

Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte

Afwatering gebeurt naar de zijkanten van de rijwegverharding in een molgoot of goottegel en/of betonstraatstenen. Breedte van molgoten wordt afgestemd met het team Mobiliteit van de gemeente Maastricht om te voorkomen dat de effectieve berijdbaarheid van de rijbaan te ver afneemt. Afwatering van de huizen naar de straat: afwatering mag nooit plaatsvinden naar privéterrein. Goten worden toegepast langs de banden en langs de rand van de wegverharding. Er is voldoende afwateringsmogelijkheden gewaarborgd door het gebruik van kolken die geïntegreerd worden in de maatvoering van trottoirbanden. Langs fietsvoorzieningen liggen kolken die fietsvriendelijk zijn. Hierbij is er een voorkeur voor combikolken. Aan de achterzijde van parkeervakken mogen geen molgoten, kolken, roostergoten of lijngoten worden geplaatst. Als een weg aan één kant afwatering heeft, wordt als dat kan aan die kant van de weg een parkeerverbod ingesteld. In verband met de onderhoudsgevoeligheid wordt zeer terughoudend omgegaan met lijnafwatering. Deze mag alleen toegepast worden op plekken waar een zeer hoge kwaliteit van de openbare ruimte nodig is. Geen kolken (en kolkleidingen) onder de kroonprojectie van bomen. Afwatering in straten waar veel bomen staan worden zo ontworpen dat het risico op verstopping door bladafval minimaal is. Hierbij kunnen het type en de locatie van de kolk worden overwogen. Dat geldt ook voor toepassing van bladvangvoorzieningen.

Rechtspraak bij dit artikel