1.3.1 Ontwerp
De gemeente Maastricht werkt hard aan haar imago als fietsvriendelijke stad. Daarom steven we naar een optimale maatvoering van fietsvoorzieningen. Voor fietsvoorzieningen worden standaard en minimale maten toegepast. De standaardmaat is het uitgangspunt. Als het nodig is om van de standaardmaat af te wijken waardoor fietsvoorzieningen smaller worden, is goedkeuring van het team Mobiliteit van de gemeente Maastricht nodig.
Vrijliggend eenrichtingsfiets/bromfietspad:
Breedte: standaard 2,50 meter, minimaal 2,0 meter.
De minimale breedte berm tussen fietspad en rijbaan is groter dan 0,35 meter.
Uitvoering: binnen bebouwde kom en buiten het beschermd stadsgebied uitgevoerd in rood asfalt. Buiten de bebouwde kom bij voorkeur ook rood asfalt.
Vrijliggend tweerichtingsfiets/bromfietspad:
Breedte: standaard 4,0 meter, minimaal 3,50 meter breed.
De minimale breedte berm tussen fietspad en rijbaan is bij voorkeur groter dan 1,0 meter.
Markering: asmarkering 0,30 meter– 2,70 meter (0,10 meter).
Uitvoering: fiets/bromfietspaden binnen bebouwde kom en buiten het beschermd stadsgebied worden uitgevoerd in rood asfalt. Buiten de bebouwde kom bij voorkeur ook rood asfalt.
Fietsstroken
Breedte: standaard 2,0 meter, minimaal 1,75 meter (exclusief markering) breed.
Markering:
Fietsstrook 2,0 m breed dan doorgetrokken streep (0,10 m) als de rijbaanbreedte voor het autoverkeer dit toe laat.
Fietsstrook smaller dan 2,0 m dan 1,0 m-1,0 m(0,10 m) aangebracht aan de buitenzijde van het rode asfalt.
Fietssymbool op het wegdek bij het begin van elke fietsstrook en na elke verharde zijweg aangebracht. Op tussenliggende wegvakken wordt het fietssymbool op regelmatige afstanden herhaald (ongeveer 100 m).
Minimaal twee fietssymbolen in één wegvak.
Uitvoering: fietsstroken binnen bebouwde kom, buiten het beschermd stadsgebied worden uitgevoerd in rood asfalt. Buiten de bebouwde kom bij voorkeur ook rood asfalt.
Suggestiestroken
Alleen toepassen om een rijbaan visueel te versmallen als de fysieke breedte niet beperkt kan worden.
Breedte: minimale breedte van 1,50 m exclusief markering.
Markering: onderbroken streep 1,0 m- 1,0 m (0,10 m).
Geen fietssymbolen.
Kruispunt
Fiets/bromfietspaden in de voorrang: in rood asfalt uitvoeren met blokmarkering (0,50 m-0,50 m), aangebracht aan de buitenzijde van de fietsvoorziening en haaientanden, bij een bermbreedte ≥ 1,50 m.
Fietsstroken in de voorrang: in rood asfalt uitvoeren met 1,0 m-1,0 m markering, aangebracht aan de buitenzijde van de fietsvoorziening, bij een bermbreedte van <1,50 m.
Fiets/bromfietspaden en –stroken niet in de voorrang op een kruispunt: geen rood asfalt wel kanalisatiestrepen 0,50 m– 0,50 m (0,10 m) aan de buitenzijde van de fietsvoorziening. Op de aansluiting fietspad naar rijbaan wordt een 1,0 m-1,0 m markering aangebracht waar de fietser het fietspad op rijdt.
Tweerichtingsfietspad voor een kruispunt 10 m (minimaal 5 m) doorgetrokken lijn (0,10 m), op het kruispunt asmarkering 0,50 m– 0,50 m (0,10 m).
Kruispunten fietsvoorzieningen onderling: kleine haaientanden (breedte 0,30 m).
Als buiten de bebouwde kom geen rood asfalt wordt toegepast, wordt ter hoogte van oversteekplaatsen met de fietser in de voorrang rood asfalt toegepast, dit 10m voor en 10m na het kruispunt.
Bromfiets op de rijbaan
Binnen de bebouwde kom zit de bromfietser op de rijbaan tenzij anders is aangegeven. Van deze criteria kan afwegeken worden indien voldaan wordt aan een van de criteria in het afwegingskader (zie afbeelding).
Waar de bromfietser van de rijbaan naar fiets/bromfietspad gaat en weer terug wordt aangegeven via bebording en - waar nodig - aangevuld met markering, conform CROW eisen.
Banden langs fietsvoorzieningen
Rechterzijde maximaal 12 cm zicht.
Linkerzijde bij voorkeur geen band of een band <5cm. Bij voldoende breedte (>2,30 m voor eenrichtingspaden) van de fietsvoorziening kan aan deze zijde in overleg een band tot 12 cm zicht worden toegepast.
Hellingspercentage
Standaard maximaal 3 procent, bij een hoogteverschil >3 m rustpunten toepassen.
1.3.2 Materialisering
Bij nieuwe werken en onderhoudswerkzaamheden worden fietspaden uitgevoerd in rood asfalt, uitgezonderd in het beschermd stadsgebied.
Als asfalt niet kan door de aanwezigheid van kabels en leidingen kan een elementverharding worden toegepast.
1.3.3. Markeringen
Haaientanden geprojecteerd op een fietsstrook worden voor het aanbrengen van de toplaag aangebracht. Blokken worden buiten de fietsvoorziening aangebracht.
Fietssymbolen worden na het slemmen aangebracht waardoor ook alle ruimtes in het symbool rood zijn.
De afmetingen van het fietssymbool zijn afhankelijk van breedte van de fietsstrook (standaard minimaal 1,75 m met markering op zwart, dus op de rijbaan en niet op het fietspad):
fietsstrook breedte < 1,50 m symbool breedte 0,75 m, hoogte 1,35 m
fietsstrook breedte >1,50 m symbool breedte 1,10 m, hoogte 2,0 m.