1.4.1 Ontwerp
Bushaltes worden toegankelijk gemaakt voor een zo zelfstandig mogelijk functioneren van burgers, jong en oud, met en zonder fysieke beperking.
Een toegankelijke halte is een halte waarbij het in- en uitstappen kan plaatsvinden met minimale afstand tussen halte en voertuig zonder verdere fysieke en mentale belemmeringen bij het gebruikmaken van het openbaar vervoer. Ook zijn de overige voorzieningen (zoals geleiding, markering, breedte perron) afgestemd op de doelgroepen.
De eisen voor een toegankelijke bushalte zijn afgeleid van de richtlijnen opgesteld door het CROW en de criteria zoals de provincie Limburg deze voorschrijft.
Bushaltes die uitsluitend worden aangedaan door klein materieel (belbusjes, buurtbusjes) mogen niet worden opgehoogd.
Geleidemarkering worden toegevoegd voor slechtzienden. Zie 1.5.1 en 1.5.2 voor aanvullende richtlijnen met betrekking tot geleidevoorzieningen.
Als niet aan de inrichtingsvoorwaarden kan worden voldaan, moet in overleg met de gemeente en eventueel belanghebbenden een alternatief worden overeengekomen.
1.4.2 Materialisering
In verband met schade door opduwen en wringen mogen in busbanen geen elementen worden toegepast.
Bushaltes worden uitgevoerd in beton. Bestaande wegen die omgebouwd worden tot busbaan blijven in het asfalt in verband met de kosten.
Bij bushaltes moeten hoge perronbanden worden toegepast in verband met toegankelijkheid.
Leicon profiel perronbanden (inclusief benodigde verloopstukken) worden toegepast in uitvoering wit/grijs beton. Bij haltes die zijn gelegen binnen het beschermd stadsgezicht moeten leicon profiel perronbanden worden toegepast in de uitvoering blauwsteen. De voegen van de leicon banden worden gekit.
Blokmarkering moet 0,30 x 0,30 m zwart/wit direct achter band te worden aangebracht, niet aanbrengen bij halte gelegen binnen beschermd stadsgezicht (zie figuur 3 onderdeel G).
1.4.3 Markeringen
Markeringen moeten een breedte van 0,60 m hebben en werken (met uitzondering van de instapmarkering) voldoende contrasterend ten opzichte van de omliggende bestrating (helderheidcontrast van minimaal 0,30).