Aantal parkeerplaatsen is afgestemd op de feitelijke behoefte.
Voor langsparkeervakken (als van toepassing) per auto 6,0 m aanhouden (maximaal 7,0 m). Breedte: gewenst 2,0 m.
Parkeerplaatsen voor mindervaliden moeten worden uitgevoerd conform de ITS-eisen 2007, breedte is 1,50 m x de breedte van een standaard parkeerplaats en voorzien van verkeersbord E7.
Schuine boomvakken uitsluitend toepassen als er voldoende parkeerruimte is.
Bij gebiedontsluitingswegen mogen in principe geen parkeervakken worden geplaatst. Als dat toch nodig is, dan is er schrikruimte van minimaal 0,30 m tussen parkeervak en rijbaan waarbij het parkeervak minimaal 2,0 m breed is.
Situaties die uitnodigen tot foutparkeren van auto’s worden vermeden. Dit wordt bij voorkeur al fysiek ingeregeld in de ontwerpen. In dergelijke gevallen zijn soms speciale maatregelen noodzakelijk, zoals anti parkeerblokken, paaltjes, bloembakken of verhoogde stoepranden. Zo’n voorzieningen toepassen met terughoudendheid.
Bij parkeervlakken wordt rekening gehouden met afwatering: aan de achterzijde van parkeervakken mogen geen molgoten, kolken, roostergoten of lijngoten worden geplaatst
Langsparkeervakken zijn voorzien van afgeschuinde hoeken of een minimale lengte van het parkeervak van 7,0 m bij rechte hoeken.
Eisen voor borden en plaatsing van de borden zijn opgenomen in de Richtlijn bebording parkeren gemeente Maastricht 2021.