Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1.

Artikel 1.5

Geleidevoorzieningen

Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte

1.5.1 Geleidelijnen Geleidelijnen moeten zodanig worden aangebracht dat een lijn met ribbeltegels in de langsrichting wordt gevormd. De geleidelijn is 0,60 m breed, minimaal 0,30 m. Een geleidelijn moet op minimaal 0,60 m van de rijbaan liggen. Geleidelijnen werken voldoende contrasterend ten opzichte van omliggende bestrating (helderheidcontrast van minimaal 0,30 m). Geleidelijnen mogen nooit toegepast worden op fietspaden en rijbanen. Beëindiging geleidelijn Bij beëindiging zonder aansluiting op gidslijn wordt waarschuwingsmarkering aangebracht waarbij tussen de geleidelijn en markering een attentievlak met afmeting 0,30 x 0,60 m wordt aangebracht. Overgang geleidegang en gidslijn Bij aanwezigheid van een gidslijn in de langsrichting binnen een bereik van 0,60 m wordt rekening gehouden met een overlap van 0,60 m in het verlengde van deze gidslijn. Bij aanwezigheid van gidslijn in dwarsrichting (haaks op geleidelijn), stopt deze na 0,30 m, voordat deze de gidslijn ontmoet. Bij aanwezigheid van gidslijn in langsrichting buiten een bereik van 0,60 m wordt deze eerst haaks geknikt in de richting van de gidslijn. Vervolgens aansluiting vormgeven conform voorwaarden haakse aansluiting op gidslijn. Waarschuwingsmarkeringen algemeen Aan de uiteinden van geleidelijnen worden noppentegels in een vlak van 0,60 x 0,60 m aangebracht. Bij aanwezigheid van natuurlijke gidslijn wordt geen waarschuwingsmarkering toegepast, maar wordt er aangesloten op de aanwezige gidslijn (zie onderdeel Geleidelijn; beëindiging geleidelijn). De waarschuwingsmarkering is uitgevoerd in materiaal dat in kleur, tast en/of klank afwijkt van de aanwezige bestrating, waarbij de volledige markering contrasterend van kleur is ten opzichte van de bestrating. Contrastverschil van de markering en de bestrating is minimaal 0,30 m, waarbij de lijn lichter van kleur is dan de omliggende bestrating (positief contrastverschil). Waarschuwingsmarkering bij oversteekplaats De richting van de geleidelijn voor de waarschuwingsmarkering geeft de oversteekrichting aan, de breedte is minimaal 1,80 m. Het attentievlak van 0,30 m tussen het einde van de geleidelijn en de waarschuwingsmarkering kan vervallen bij een lengte van de geleidelijn die de oversteekrichting aangeeft ≤ 0,90 m. De markering van het attentievlak maakt onderdeel uit van de geleidelijn en is ter attentie van een hoek groter dan 15 graden of is als aansluiting tussen twee of meer geleidelijnen: uitvoering conform rondom liggende bestrating. afmeting vlak bedraagt 0,60 x 0,60 m. 1.5.2 Geleidevoorzieningen bij openbaar vervoer Het beginpunt van de geleidelijn is ter hoogte van de instapplaats aan de voorzijde van de bus, de geleidelijn sluit hierbij aan op de natuurlijke gidslijn. Als een halte solitair is gelegen en dus niet direct grenst aan de primaire looproute wordt de geleidelijn tot aan deze looproute doorgetrokken. Eventuele obstakels zoals fietspaden of parallelwegen worden bij het oversteekpunt over de volle breedte gemarkeerd met noppentegels en krijgen een afrit/oprit en/of verlaagde band. De geleidelijn bij een bushalte heeft een breedte van 0,60 m. Het beginpunt van de geleidelijn ter hoogte van de instapplaats aan de voorzijde van de bus- en het eindpunt wordt gemarkeerd door een waarschuwingsmarkering (noppentegels in een profiel van 0,60 x 0,60 m). Dit is afhankelijk van de situatie, als de geleidelijn aan de voorzijde en/of bij het eindpunt aansluit op natuurlijke gidslijn hoeft er geen waarschuwingsmarkering worden toegepast. Instapmarkering wordt uitgevoerd in vlakke klank- en rubbertegel van Facadebeton 0,30 x 0,30 m, kleur zwart. Waarschuwingsmarkeringen worden uitgevoerd in witte betonnen noppentegels 0,30 x 0,30 m. Geleidelijnen worden uitgevoerd in witte betonnen ribbeltegels 0,30 x 0,30 m en hebben een totale breedte van 0,60 m (minimaal 0,30 m). Instapmarkering Materiaal wijkt in kleur, tast en zo mogelijk klank af van de aanwezige bestrating. Het gebruikte materiaal is voldoende antislip. De locatie wordt zodanig gekozen dat de opstapplaats voor bus en/of taxi zich bevindt aan de voordeurzijde van de plek waar de bus stopt. Afmeting vlak: 0,60 m x 0,90 m; in oppervlak puntjes aanbrengen voor een betere voelbaarheid en antislip.

Rechtspraak bij dit artikel