2.6.1 Algemene voorwaarden
Onder Civieltechnische kunstwerken vallen bouwwerken die specifiek zijn bedoeld om functies met elkaar te verbinden daar waar dit niet van nature mogelijk is zoals bruggen, viaducten, tunnels, kademuren, sluizen, duikers, trappen en keermuren.
Het ontwerp moet aansluiten op het doel en het gebruik/ de gebruikers. Het ontwerp moet logisch zijn. Daarmee wordt bedoeld dat de gebruiker het object herkent, het ook als logisch ervaart dat dit object er is en het object ook kan gebruiken waarvoor het bedoeld is.
Er wordt in het ontwerp rekening gehouden met (sociale)veiligheid, bereikbaarheid, onderhoudbaarheid, duurzaamheid en vandalismebestendigheid gedurende de levensloop van het object.
Het ontwerp moet tijdens de realisatie- en de gebruiksfase, zo min mogelijk overlast veroorzaken richting de omgeving.
Het ontwerp volgt de procedures om te komen tot een omgevingsvergunning.
Het ontwerp moet aantoonbaar zijn getoetst op de actuele regelgeving en normen: Nen-normen, CROW-richtlijnen, Bouwbesluit en CUR-richtlijnen. Ook de regionale en lokale regelgeving kunnen van belang zijn. Voorbeelden zijn de APV en OGN.
Ieder ontwerp heeft een levenscyclusanalyse (LCA) opgenomen in een LCA-rapport waarin is beschreven welke keuzes zijn gemaakt in het ontwerp en wat dat betekent voor de levensduurkosten. Hierin worden naast de kosten voor de bouwfase ook de kosten voor de gebruiksfase en sloopfase meegenomen. Dat is inclusief energieverbruik en herbruikbaarheid van materialen.
Waterbouwkundige kunstwerken voldoen aan de eisen van de betreffende waterbeheerder (waterschapskeur als deze onderdeel zijn van een primaire kering of een watergang kruisen).
Specifieke eisen
De ontwerplevensduur van kunstwerken is voor:
Betonbruggen en viaducten 90 jaar
Staalconstructies vaste bruggen 60 jaar
Stalen bruggen met kunststof dek 60 jaar
Beweegbare bruggen 60 jaar
Metselwerk bruggen 90 jaar
Houten bruggen 40 jaar
Composiet bruggen 100 jaar.
De ontwerplevensduur van kunstwerkenonderdelen is voor:
Conservering 20 jaar
Kunststof dek 60 jaar
Houten dek 20 jaar
Houten leuningen 20 jaar
Stalen leuningen 30 jaar
Slijtlaag vaste bruggen (betonnen dek) 10 jaar
Slijtlaag houtendek 8 jaar
Slijtlaag stalendek 12 jaar
Rijweg voegovergangen 10-30 jaar (afhankelijk van soort voegovergang).
Het ontwerp is (indien van toepassing) voorzien van een funderingsadvies. De fundering is afgestemd op de bodemeigenschappen en berekende draagkracht.
Constructies voldoen minimaal aan:
Meest recente versie van het bouwbesluit
De landelijke ontwerpeisen uit de CUR
De Eurocodes en afgeleide documenten en aanvullende CROW-normen.
De milieubelasting van toegepaste materialen, berekend met een milieugerichte levenscyclusanalyse, wordt uitgevoerd conform NEN 8006 en de geharmoniseerde methode voor de bepaling van de milieubelasting.
Installaties van tunnels, gemalen en sluizen voldoen minimaal te voldoen aan:
In algemene zin aan alle wetten, normen en regels (voorbeelden zijn NEN1010, NEN 3140, NEN 2535 en NEN 2555)
Voor wat betreft de tunnels aan Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw).
2.6.2 Materialisering
Beweegbare bruggen zijn voorzien van slagbomen, zodat brugdek en aansluitend wegdeel in het geheel afgesloten kunnen worden.
Het toepassen van glas is slechts toegestaan na goedkeuring van de beheerder.
Er mag nergens (dooi)water blijven staan. In het ontwerp moet aangetoond worden op welke wijze in het ontwerp de afwatering is vormgegeven en het van water en dooizouten in de constructie/het systeem tot een minimum worden beperkt.
Afwatering van bruggen voldoet zoveel mogelijk aan de eisen voor rioolontwerp. Het systeem is eenvoudig en veilig toegankelijk voor combi-wagens en kolkenzuigers. Bochten groter dan 45 graden worden voorkomen.
Kunstwerken worden onderhoudsarm ontworpen. Alle onderdelen moeten goed en eenvoudig bereikbaar zijn. Dit houdt in:
in het ontwerp worden geen kieren, richels of sparingen toegepast waar zand en bladeren in achterblijven ter voorkoming van onkruid.
zoveel mogelijk standaard handelsartikelen en –materialen, genormaliseerde onderdelen, gangbare constructies en detailoplossingen toepassen.
goten, roosters en afvoerbuizen in kunstwerken moeten snel en zonder speciale gereedschappen schoongemaakt kunnen worden.
hoogte bruggen en duikers: minimaal 1,0 m ten opzichte van hoogste waterstand, tenzij onderhoud vanaf de kant mogelijk is.
Viaducten en bruggen moeten beschermd zijn tegen beschadigingen door aanrijdingen en/of aanvaringen. Stootplaten moeten voldoende lang worden gemaakt en er is aandacht voor aanvullingen en verdichting van grondwerk rond landhoofden.
In het ontwerp wordt rekening gehouden met voldoende openbare ruimte naast het kunstwerk voor eventuele zinkers en voor nutsbedrijven.
2.6.4 Inrichtingselementen
Taluds onder brugdekken worden bekleed met een gesloten verharding. Waterlijn voorzien van beschoeiing, ter plaatse van kunstwerken geen natuurvriendelijke oever toepassen. Taluds vandalismebestendig construeren. Onder bruggen in het verlengde van het grastalud grasbetontegels of gelijkwaardige zware elementen verwerken.
Voor houten en kunststof constructies worden roestvrijstalen bevestigingsmiddelen te worden toegepast. In plaats van hout eventueel hoogwaardig kunststof (vezelversterkt composietmateriaal) toepassen voor bijvoorbeeld steigers, bruggetjes, brugdekplanken.
Bij het toepassen van stalen onderdelen wordt bij voorkeur gekozen voor RVS, anders de stalen onderdelen thermisch verzinken en voorzien van een coating. Op verfsystemen wordt door de leverancier een garantie afgegeven van 10 jaar waarvan 5 jaar 100 procent garantie en de resterende 5 jaar afbouwend.
Hoofdstuk › Paragraaf 2.
Artikel 2.6
Civieltechnische kunstwerken
Onderdeel van Handboek Openbare Ruimte