4.1.1 Algemene voorwaarden
Er moet rekening worden gehouden met de uitgangspunten zoals vermeld in meest recente “Handboek streefbeelden Stadswateren in Limburg”. Uitgegeven door Waterschap Limburg.
Watergangen moeten voldoen aan de eisen van het Waterschap Limburg (WL) of gemeente Maastricht, dit afhankelijk van de beheer verantwoordelijkheid van de betreffende watergang.
Voor het hoofdwatersysteem ligt de verantwoordelijkheid bij RWS, dit heeft betrekking op de Maas en de Zuid-Willemsvaart.
De benodigde vergunningen voor grondwaterontrekkingen, overloop of vulling via waterlopen etc. moeten tijdig te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag.
Bestaande waterstructuren moeten intact worden gehouden.
Bij het ontwerp moet rekening worden gehouden met de onderhoudseisen en benodigd ruimtebeslag. Dit conform de meest recente Keur van het Waterschap Limburg (WL).
Bij het ontwerp moet rekening worden houden met het zuurstofgehalte.
Bij de inrichting moet rekening worden gehouden met het veranderende klimaat. Zorgdragen voor een stabiel en constant waterpeil.
De situering en dimensionering van aan te leggen waterpartijen moet zo zijn dat er voldoende watercirculatie plaatsvindt.
Waterhuishouding in het gehele gebied mag geen negatieve invloed hebben op de grondwaterstand buiten en binnen het plangebied.
Er wordt gestreefd naar schoon, aantrekkelijk en in ecologisch opzicht gezond water.
4.1.2. Oevers
Oevers, bruggen en taluds dienen veilig te zijn, dit heeft betrekking op o.a. de waterdiepte, de taludhelling en moet altijd worden beoordeeld in relatie tot de omgeving.
Ontwerp altijd in overleg met ontwerp en beheer. Tussen de waterlijn en teen talud minimaal een vlakke strook aanbrengen van minimaal 1 m breedte als zogenaamde inrolbeveiliging.
Bij taluds en hellingen moet rekening worden gehouden met de beheerbaarheid/ maaibaarheid, bij voorkeur taluds toepassen flauwer dan 1:3.
Langs de opgangen van bruggen en duikers moet beveiliging worden aangebracht in de vorm van hekwerken en eventueel uitklimvoorzieningen.
Waar mogelijk worden natuurvriendelijke oevers en natuurlijke waterzuivering toegepast.
Voor beschoeiingen dienen milieuvriendelijke materialen te worden toegepast. Tropisch hardhout is toegestaan mits voorzien van FSC- keurmerk; kies - zoveel mogelijk voor duurzame materialen, geschikt voor hergebruik.
Ontwerpperiode voor de groenvoorzieningen is 25 jaar.
Het zicht op de oevers dient niet te worden belemmerd door beplantingvakken.
4.1.3 Wadi’s
Taluds minimaal 1:3 in verband met onderhoud.
Maximale diepte meestal 0,40 m.
Maximale waterstand circa 0,30 m.
Inleiding van hemelwater bij voorkeur bovengronds
Bij de keuze van type begroeiing dient rekening te worden gehouden met hydrologische omstandigheden, waarbij de beplanting soms zeer vochtig kan zijn, en in droge perioden zeer droog.
Recreatief gebruik van een wadi is mogelijk maar de toplaag mag niet te veel verdichten. Intensieve activiteiten als voetballen en fietsen zijn daarom niet toegestaan.