Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XII

Artikel 31

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch

Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting van baten en lasten op voor het daarop volgende jaar. De ramingen in dit ontwerp moeten worden toegelicht. De begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren. In de begroting wordt aangegeven de, naar raming, door elke aan de regeling deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage. Voorzover de in lid 2 bedoelde bijdrage berekend wordt naar verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari 1998. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting alsmede de voorlopige jaarrekening van het afgelopen jaar toe aan de raden van de deelnemende gemeente, uiterlijk 14 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Indien de raden van de deelnemende gemeenten omtrent de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur vóór de aanbieding aan het algemeen bestuur van hun gevoelen hebben doen blijken, voegt het dagelijks bestuur de ontvangen commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting. Na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, uiterlijk 15 juli, zendt het dagelijks bestuur daarover bericht aan: De raden van de deelnemende gemeenten. Gedeputeerde staten (voor 1 augustus) met het verzoek om de begroting goed te keuren. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing voor zover de begrotingswijziging een verhoging geeft voor de bijdrage van de gemeenten. De overige begrotingswijzigingen kunnen vastgesteld worden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel