Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de rekening met de daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet, aangewezen deskundige, alsmede hetgeen het te zijner verantwoording dienstig acht.
Het algemeen bestuur stelt de rekening voorlopig vast vóór 15 juli, volgend op het jaar, waarop zij betrekking heeft, en zendt deze voor 15 juli daaropvolgend aan gedeputeerde staten ter vaststelling. Van de vaststelling wordt mededeling gedaan aan de deelnemende gemeenten.
De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.
De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld, naar verhouding van het inwonertal, tenzij in de begroting een andere verdeelsleutel is vastgesteld.
HOOFDSTUK XII
Artikel 32
De rekening
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch