In hoofdstuk 2 is het beleid voor het hergebruik en toepassen van grond uitgewerkt. Hier is ingegaan op de te verwachten chemische bodemkwaliteit in de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen. Ook wordt een toelichting gegeven op de maatschappelijke opgave over het toepassen van grond in de gemeenten. Vervolgens is in dit hoofdstuk het beleid voor de toepassing van grond beschreven en een verruiming gegeven voor de meldplicht bij tijdelijke opslag van grond voorafgaand aan de definitieve toepassing.
De in deze nota gebruikte begrippen zijn in bijlage 1 uiteengezet. In bijlage 2 is ingegaan op de Wet- en regelgeving bij het bodembeleid. De statistische onderbouwing van de ontgravingskaart wordt weergegeven in de bijlagen 3A, 3B en 3C. De mogelijkheden voor het toepassen van grond binnen de gemeenten, zonder dat bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden, worden weergegeven in bijlage 4. In bijlage 5 zijn ter onderbouwing van het gebiedsspecifieke beleid voor hergebruik van nature arseenhoudende grond verschillende toets- en risiconormen voor arseen in grond schematisch weergegeven.
Op de kaartbijlagen N1 en N2 zijn respectievelijk de bodemfunctieklassenkaart en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven. Op de kaartbijlagen N3 zijn de te verwachten ontgravingsklassen weergegeven. De toepassingseisen voor grond uit de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen binnen de grondgebieden van deze gemeenten zijn opgenomen in de kaartbijlagen N5. Als grond van buiten het bodembeheergebied wordt toegepast moet getoetst worden aan de generieke, landelijke normen. De bijbehorende toepassingskaarten zijn opgenomen in de kaartbijlagen N4.